Kennisdossier CO2 emissiehandel
5 minuten

Wat is emissiehandel?

.Emissiehandel is de handel in emissierechten. In de Europese Unie (EU) vindt de handel in emissierechten plaats in het Emissions Trading Scheme (ETS). Dit systeem richt zich op het verminderen van een enkele broeikasgassen, waarvan CO2 (koolstofdioxide) de belangrijkste is. Daarom wordt ook wel gesproken over CO2-rechten. Emissiehandel begint met het vaststellen van een uitstootplafond: de maximale toelaatbare CO2-uitstoot. De Europese Unie geeft elk jaar emissie rechten uit gelijk aan dat plafond.

De Europese bedrijven met de grootste CO2-uitstoot moeten verplicht deelnemen aan de emissiehandel. Ieder jaar moet elk bedrijf evenveel emissierechten inleveren als het aan tonnen CO2 heeft uitgestoten. Voor elke ton CO2-uitstoot moeten ze 1 emissierecht inleveren. Bedrijven die minder emissierechten hebben dan ze aan CO2 hebben uitgestoten, moeten rechten bijkopen. Bedrijven die minder CO2 hebben uitgestoten dan ze aan emissierechten hebben, mogen hun overschot aan rechten verkopen.

In theorie worden bedrijven hierdoor financieel geprikkeld om minder te vervuilen. Want, hoe minder je vervuilt, hoe minder je betaalt. Op deze manier hoopt de EU bedrijven in Europa te stimuleren om klimaatvriendelijker te worden. Ondertussen verdeelt de EU ieder jaar steeds iets minder rechten. Het ‘emissieplafond’ gaat dus geleidelijk omlaag en daarmee zouden de rechten schaarser en duurder moeten worden.

Wie vallen er onder het ETS?

Op dit moment reguleert het emissiehandelssysteem de uitstoot van ongeveer elfduizend installaties bij zo’n 6000 bedrijven. In Nederland nemen ongeveer 450 bedrijven deel aan het emissiehandelssysteem. Dit zijn meestal grote, energie-intensieve bedrijven uit de elektriciteitssector, raffinage-industrie, chemische industrie, metaalsector, enzovoorts. Het EU-ETS werkt in de 27 EU-lidstaten, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. (Er is ook een link met de Zwitserse ETS, en elektriciteitscentrales in Noord-Ierland die na Brexit ook onder de regeling vallen). In 2013 dekte de EU-ETS ongeveer de helft van alle broeikasgasemissies in de EU. Dat is gedaald tot 36% in 2020 omdat de EU-ETS-sectoren samen hun emissies sneller terugdringen dan de rest van de economie.

Wat is het probleem met EU-ETS?

De jarenlange lage lage prijzen ondermijnden de kerndoelstelling van de EU-ETS: de emissies terugdringen. Het vertrouwen in de EU-ETS is echter toegenomen sinds de belangrijkste problemen met het overaanbod in 2018 werden aangepakt, wat tot nauwkeurigere en eerlijkere koolstofprijzen heeft geleid. Toch zijn deze problemen met het aanbod slechts gedeeltelijk opgelost: het overschot bedraagt in 2020 nog steeds ongeveer 1,6 miljard emissierechten. 

Wat kan er beter?

De huidige EU-ETS-doelstelling om de uitstoot van de sectoren tegen 2030 met 43% te verminderen (in vergelijking met 2005), werd reeds in 2020 bereikt. De totale uitstootvermindering van de onder de EU-ETS vallende bedrijven zijn alleen al in 2020 met maar liefst 11,4% gedaald. De emissies van de elektriciteitssector en de industrie zijn met 41% gedaald ten opzichte van 2005. Dit verbergt echter verschillen tussen de verschillende sectoren: de uitstoot van de elektriciteits- en warmteproductie zijn sinds 2011 met bijna 45% gedaald, terwijl de emissies van de industrie nauwelijks zijn gedaald: een magere 1,3% tussen 2013 en 2019. De emissiereducties in het kader van de EU-ETS zijn ook gedeeltelijk te danken aan andere factoren en wetgevingen, zoals de COVID-19-pandemie, de richtlijn hernieuwbare energie en de richtlijn energie-efficiëntie.

Deze recente positieve trends betekenen niet dat de EU-ETS een perfect instrument is. Als het een echt doeltreffend instrument was geweest, had de vereiste emissiedaling veel sterker moeten zijn. De EU-ETS heeft te kampen met een groot probleem, namelijk de miljarden gratis emissierechten die niet alleen het principe “de vervuiler betaalt” ondermijnen, maar ook bedrijven in staat hebben gesteld zo’n 50 miljard euro aan onverdiende winsten te boeken in tijd van de klimaatcrisis. 

Wat vindt WISE?

  • Een koolstofmarkt is geen doel op zich. Het moet worden afgestemd op de klimaat doelstellingen van Europa en het Parijs-akkoord (de 1,5°C-doelstelling), en helpen ervoor te zorgen dat de EU haar deel van de klimaatmaatregelen uitvoert. 
  • Wanneer de vraag laag is, moet het aanbod volgen. Er moet een mechanisme ingebouwd worden om een overaanbod op de markt aan te pakken, ongeacht of dit structureel is of het gevolg van onverwachte schokken. Een groot overschot dat zich in de loop van de tijd opstapelt, drukt de prijzen en ondermijnt het ‘de vervuiler betaalt’ principe. Hierdoor worden bedrijven niet of minder gestimuleerd klimaatmaatregelen te nemen. De EU-ETS heeft momenteel een overschot van ongeveer 1,6 miljard vergunningen. Dit overaanbod wordt sinds 2018 weggewerkt door het Market Stability Reserve, maar te traag. Vooral wanneer men bedenkt dat de geleidelijke afschaffing van steenkool en bruinkool in Duitsland zich zullen aandienen de komende jaren. Dit zal waarschijnlijk voor nog een nog groter overschot zorgen. 
  • Ondermijn het principe dat de vervuiler betaalt niet door gratis vergunningen te verlenen, het gebruik van internationale compensatie credits toe te staan of manieren te vinden om vervuilers via de achterdeur te subsidiëren. De gratis toewijzing van emissierechten heeft ertoe geleid dat de emissies van de industriële sectoren stagneren of slechts zeer langzaam dalen, en de emissies van de luchtvaart nog steeds de pan uit rijzen.
  • Alle inkomsten uit de verkoop van de rechten moeten worden geïnvesteerd in klimaatmaatregelen en in de ondersteuning van een rechtvaardige overgang naar een klimaatneutrale samenleving en economie. In de EU is dat momenteel nog helemaal niet het geval.