Omdat grotere kerncentrales steeds ingewikkelder en duurder worden, heeft de nucleaire industrie het idee opgevat om kleinere kerncentrales te bouwen, Small Modular Reactors (SMR’s). Die zouden ieder niet meer dan 300 MW aan het stroomnet leveren, iets meer dan de helft van de huidige kerncentrale bij Borssele. De onderdelen zouden in serie in een fabriek gemaakt kunnen worden, waarna je die onderdelen ter plekke alleen nog maar in elkaar hoeft te schroeven. Een Ikea-bouwpakketje, zeg maar. Daardoor zou de stroom uit deze kerncentrales goedkoper kunnen worden.
De praktijk echter is tot nu toe weerbarstig. Er worden wereldwijd meer dan 100 SMR-concepten onderzocht. Hoewel de nucleaire industrie al jaren werkt aan de commerciële inzet van SMR’s, bevinden vrijwel alle ontwerpen zich nog in de ontwikkelingsfase. Alleen in Rusland en China zijn enkele proefreactoren actief. Het is nog zeer de vraag of commerciële SMR’s überhaupt op de markt gaan komen. Het gaat nog een zeer lange tijd nemen, voordat ze van de tekentafelfase komen en daadwerkelijk stroom gaan leveren. Er leven namelijk nogal wat te gemakkelijke gedachtes over de SMR’s.
SMR’s zijn niet goedkoop
De economie van de SMR legt nadruk op standaardisatie, serie- en schaalvoordeel. Echter, er zijn nog steeds geen tekenen van doorbraken op dit gebied. Integendeel: de meeste ervaringen en studies laten vergelijkbare of hogere kosten zien dan bij grotere kerncentrales. Het schaalvoordeel zou in theorie kunnen optreden als er zeer grote aantallen SMR’s geproduceerd worden. En dat lijkt niet het geval.
SMR’s zijn niet veilig
Massaproductie brengt risico’s mee op gebied van veiligheid, kwaliteit en licenties. Beveiliging en veiligheid zullen moeilijker te handhaven zijn, vooral in landen met een onderontwikkelde nucleaire (regelgevings)infrastructuur. Er moet nog meer internationaal toezicht komen om misbruik van kernmateriaal voor militair gebruik te voorkomen. De meeste generatie IV SMRs leveren techniek mee die het makkelijker maakt aan splijtstof voor kernwapens te komen.
SMR’s hebben een afvalprobleem
Net als grotere kerncentrales blijven SMR’s kernafval produceren dat honderden tot honderdduizenden jaren uit het milieu moet worden gehouden. Met meerdere kleinere reactoren wordt het afvalprobleem complexer en daarom duurder en risicovoller. Het beheer van verbruikte splijtstof voor SMR’s is ingewikkelder, omdat het afval zich op veel meer locaties bevindt. Uit recent onderzoek van de Universiteit van Stanford, California blijkt dat kleine kerncentrales waarschijnlijk relatief meer kernafval zullen produceren. “Onze resultaten laten zien dat de meeste ontwerpen voor kleine modulaire reactoren de hoeveelheid nucleair afval die beheerd en verwijderd moet worden juist zullen vergroten met een factor 2 tot 30 voor de reactoren in onze casestudie”, aldus hoofdauteur Lindsay Krall, voormalig MacArthur Postdoctoral Fellow bij het Center for International Security and Cooperation (CISAC) van Stanford University. “Deze bevindingen staan in schril contrast met de kostenbesparingen en de vermindering van afval die voorstanders van geavanceerde nucleaire technologieën beweren.”
Enkele types SMR’s
Het Noord-Amerikaanse NuScale laat zien hoe lastig het is om SMR’s daadwerkelijk tot ontwikkeling te brengen. Het bedrijf werkt al vanaf 2007 aan een SMR. Diverse ontwerpen werden ontwikkeld en warempel kon men een contract afsluiten voor de levering van 6 reactoren aan een elektriciteitsmaatschappij voor Utah en Idaho. Einde 2023 trokken de deelnemende overheden de stekker uit het project. Gevolg, de beurskoers van NuScale ging flink onderuit en 40 % van het personeel werd ontslagen. Anno 2026 staat NuScale ongeveer net zover als aan het begin in 2007.
In Canada lijkt een project met SMR’s wel in ontwikkeling te komen. Een reactorontwerp van GE-Hitachi heeft goedkeuring van de nucleaire toezichthouder gekregen. In het voorjaar van 2026 werd vlakbij Toronto begonnen met de bouw van een eerste reactor. De bouwers denken dat ze het proefmodel al binnen enkele jaren aan het stroomnet kunnen aansluiten. Omdat het om een eerste ontwerp gaat, is dat sterk de vraag. De ervaring leert dat er nog vele tegenvallers gaan komen. Achter de tekentafel een ontwerp bedenken gaat nu eenmaal makkelijker dan het daadwerkelijk bouwen van dat ontwerp.
Wat vindt WISE
Al met al schiet het niet op met de ontwikkeling van SMR’s. Bijna alle ontwerpen bevinden zich nog op de tekentafel. Zelfs als het lukt om uit die fase te komen en te gaan bouwen zal het nog tot zeker midden jaren ’30 duren voordat er commerciële bouw kan plaatsvinden. Dat is veel te laat om bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering. SMR’s zijn daardoor een afleiding van wat we werkelijk moeten doen. Dat is veel meer werken aan energiebesparing en efficiency, veel meer zon/wind en veel meer investeren in opslagvormen zoals batterijen of waterstof. Daarin kunnen we de komende jaren al investeren met direct resultaat. En het is nog goedkoper ook. Op dure atoomstroom zit niemand te wachten.
Helaas zien we in diverse provincies (Gelderland bijvoorbeeld) het tegenovergestelde gebeuren. De discussie over SMR’s zorgt er voor dat zon- en windprojecten worden vertraagd of zelfs afgezegd. Dat speelde in juli 2025 zeer concreet in het Noord-Hollandse Opmeer. Omdat de raad ervoor koos de plaatsing van SMR’s te onderzoeken, werd er een streep door een gepland zonnepark gezet. Dat zonnepark had op korte termijn duurzame, CO2-vrije stroom kunnen leveren, terwijl die SMR er in Opmeer niet gaat komen. Het klimaat is de grote verliezer.
Meer lezen?
Update, september 2026