28 september 2020

Zoutkoepel Gorleben geschrapt van lijst opslagplaatsen kernafval

De Duitse zoutkoepel Gorleben is door een overheidscommissie geschrapt van de lijst van mogelijke opslagplaatsen van kernafval. Enkele zoutkoepels dicht bij de Nederlandse grens staan wel op de lijst.

De Bundesgesellschaft für Endlagerung heeft een rapport uitgebracht over de opslag van kernafval in Duitsland. Het gaat over de regio’s die in aanmerking komen voor de opslag in zoutkoepels, kleilagen of graniet. Er worden zoutkoepels genoemd vlak over de grens die ook al in de jaren ’70 op de lijst stonden zoals Dörpen ter hoogte van Bourtange en Lathen/Wahn ter hoogte van Ter Apel. Het mee’st opvallend is echter dat de zoutkoepel Gorleben van de lijst geschrapt is. De reden daarvoor is dat deze zoutkoepel niet voldoet aan de geologische criteria (1).

Geschiedenis zoutkoepel Gorleben

Vanaf 1977 vond er onderzoek plaats in en rond de zoutkoepel dat 1,5 miljard euro heeft gekost (2). Waarom Gorleben is gekozen bleef echter onduidelijk: op 30 januari 2010 werd bekend dat Gorleben aanvankelijk niet op de lijst van mogelijke zoutkoepels voorkwam(3). Dat was een reden waarom zowel de deelstaat Nedersaksen als ook de Bondsdag zich met deze kwestie bezig ging houden. Een grote hoeveelheid rapporten uit de jaren-70 werd in 2010 openbaar, zodat het beter mogelijk werd de besluitvorming te achterhalen. In een studie van 100 pagina’s van de historicus Anselm Tiggemann van mei 2010 komt naar voren dat Gorleben in 1975/76 bovenaan de lijst van 20 mogelijke locaties stond. De keuze viel in 1976 echter op de zoutkoepels Wahn, Lutterloh en Lichtenhorst. Bij deze zoutkoepels kreeg de overheid te maken met veel verzet tegen onderzoek. Daarop viel de keuze op Gorleben, maar zonder dat gegevens voor een vergelijking met andere zoutkoepels verzameld waren. Dat voedt volgens Tiggeman het idee dat er politieke motieven aan rol hebben gespeeld(4).

In het grootschalige onderzoek vanaf 1977 ontdekte men onder meer dat de zoutkoepel Gorleben in contact stond met het grondwater(5,6). De toenmalige Duitse minister van Milieu en huidige minister van Economische Zaken Sigmar Gabriel stelde in augustus 2009 dat Gorleben vanwege de veiligheidsrisico’s ongeschikt was voor opslag van radioactief afval (7). Daarop begon de discussie over de opberging opnieuw. Dit leidde in 2013 tot een wet waarin staat dat er in 2015 criteria moeten komen voor de eindberging, gevolgd door de keuze van locaties en een uiteindelijke berging vanaf 2050 (8). Volgens deze wet moest een deel van de al aangelegde mijn in stand blijven, maar moest de technische infrastructuur voor o.a. licht en frisse lucht ontmanteld worden. Bezoekersgroepen waren ook niet meer welkom om voor de buitenwereld niet langer de indruk te wekken dat er aan een opbergplaats gewerkt werd(9, 10) Een overheidscommissie moest de criteria voor de eindberging vaststellen en startte daarvoor in april 2016 met een online consultatie (11). Dat heeft nu geleid tot het rapport waarin Gorleben definitief van de lijst is gehaald.

In het rapport staan een groot aantal mogelijke plekken, zoals in graniet in Beieren en klei in bijvoorbeeld Noord-Duitsland. Daar gaat nu eerst een discussie over beginnen en dan komt er een volgende fase om het aantal locaties verder terug te brengen.

In Nederland wordt het radioactieve afval de komende 100 jaar opgeslagen bij de Covra, vlakbij de kerncentrale Borsssele. Aan de zoektocht naar een definitieve oplossing is nog geen begin gemaakt.

 

1. “Der Salzstock Gorleben ist nach Anwendung der geowissenschaftlichen Abwägungskriterien gemäß § 24 StandAG kein Teilgebiet geworden. Damit greift die Regelung des § 36 Abs. 1 S. 5 Nr.1 StandAG wonach der Salzstock Gorleben aus dem Verfahren ausscheidet. Der Salzstock Gorleben wird daher nicht bei den weiteren Arbeiten der BGE zu den Vorschlägen über die Standortregionen betrachtet.”

2. Bundestag, hib-Meldung, 8 augustus 2008, 2008_227/01.

3 http://www.ejz.de, : “Inzwischen liegen dem Landtag in Hannover und anderen interessierten Gruppen Akten aus jener Zeit vor, als Gorleben Standort eines Nuklearen Entsorgungszentrums (NEZ) werden sollte, also 1976/1977. Was darin zum Auswahlverfahren zu finden ist, widerspricht den Behauptungen des NMU. In dem einzigen unabhängigen Gutachten, das zu Vorbereitung der Kabinettsentscheidung erstellt worden war, ist der Name Gorleben ursprünglich überhaupt nicht zu finden.”

4 Anselm Tiggemann, „Gorleben als Entsorgungs- und Endlagerstandort“, erstelt im Auftrag des Niedersächsisches Ministerium für Umwelt und Klimaschutz, mei 2020.

5 Bundestag, hib-Meldung, 8 augustus 2008, 2008_227/01.

6 Detlef Appel en Jürgen Kreusch, naar artikel op GreanPeace.de

7 ZDF, Heute Nachrichten, 26 augustus 2009.

8 http://www.bundesrat.de  5 juli 2013; http://www.endlagerung.de/; De directeur van het Bundesamtes für Strahlenschutz, Wolfram König in: http://www.asse.bund.de/ juli 2014.

9 http://www.umwelt.niedersachsen.de/aktuelles/pressemitteilungen/bund-und-niedersachsen-einigen-sich-auf-ausgestaltung-der-offenhaltung-fuer-gorleben-126690.html, 29 juli 2014.

10 http://www.bfs.de/SharedDocs/Pressemitteilungen/BfS/DE/2014/004.html,

11 Kommission Lagerung hoch radioaktiver Abfallstoffe; https://www.endlagerbericht.de/