Begin februari stuurde demissionair minister van Klimaat Rob Jetten de Tweede Kamer een brief met een nieuwe planning voor de komst van nieuwe kerncentrales. In de brief zaten een aantal belangrijke wijzigingen. Het belangrijkste punt is dat de minister voorstelt om de eerste fase, de voorbereiding, circa een jaar langer te laten duren, in de hoop dat dat zich later uitbetaalt in een kortere procedure. De ervaring met kernenergie-projecten is echter dat de bouwtijd veel langer wordt dan gepland.
Eerste planning
Eind 2022 verscheen de eerste concrete planning. Jetten schetste daarin een beeld waarin de kerncentrales in 2035 stroom aan het net zouden leveren. Het zou dan gaan om twee grote kerncentrales (>1.000 MWe) met als voorkeurslocatie de huidige plaats van de enige kerncentrale in Nederland, namelijk Borssele. De Minister onderscheidde vier fases in de besluitvorming.
Vol trots schetste de minister een beeld waarin verschillende fases door elkaar heen liepen:
“ In deze kabinetsperiode zal ik een aantal fases parallel doorlopen in plaats van volgordelijk. Dit is een risico dat ik bereid ben te nemen en waarbij ik, mede op basis van de BCG planningsanalyse, geloof dat het kabinet verantwoord snelheid kan maken.“
De minister doelde vooral op de beginfase waarin zowel aan de voorbereiding van het besluit als aan de tender voor de bedrijven gewerkt kon worden. Zo weten de potentiële bouwers op welke locatie zij zich kunnen voorbereiden (Borssele), nog voordat de definitieve locatie definitief vastgesteld is. Lokaal draagvlak vond de minister zeer belangrijk, maar nog voordat er een traject was gestart stelde hij al vast dat
“ er kansen worden gezien voor de regio. De realisatie van twee centrales kan andere industrie aantrekken en tot verstedelijking leiden. Het draagvlak zal uiteindelijk worden bepaald door de randvoorwaarden die gesteld zullen moeten worden. “
Het kwam erop neer dat de minister nog voordat er serieuze studie gedaan was alvast de locatie vaststelde (Borssele), het draagvlak had gepeild en een voorstel deed voor de financieringsvorm (RAB-model).
Na een halfjaar
Einde juni 2023 stuurde de Minister zijn eerste update. Daarin werd vooral lyrisch gesproken over de goede samenwerking die de minister met Zeeland opbouwde. Begin juni was hij op bezoek geweest in Zeeland en had daar verschillende groepen bewoners gesproken, onder andere een groep van 100 inwoners, samengesteld door de gemeente Borsele om randvoorwaarden voor de bouw van nieuwe kerncentrales te bespreken. Deze groep is inmiddels de Borsele-100 groep genoemd en heeft 39 voorwaarden neergelegd voor de bouw van nieuwe kerncentrales, de zogenaamde Borselse voorwaarden.
Trots kon de Minister eveneens vertellen dat er inmiddels een participatieplan was geschreven.
Inmiddels was er ook contact geweest met potentiële bouwers en was besloten Chinese en Russische bouwers om geopolitieke redenen uit te sluiten. In de praktijk blijven er dan nog drie serieuze gegadigden over: het Zuid-Koreaanse KHNP, het Amerikaanse Westinghouse en uit Europa het Franse EDF. Deze drie bedrijven is gevraagd om een technische haalbaarheidsstudie te doen. In de brief gaf Jetten de verwachting aan, dat de beoogde technologieleveranciers na de zomer konden starten met de uitvoering van de technische haalbaarheidsstudie die ongeveer zes maanden in beslag zal nemen. Einde 2023 zouden de onderzoeken dan klaar moeten zijn.
Naast de technische haalbaarheidsstudies zette hij ook een Marktconsultatie in werking. In dit onderdeel zou worden gekeken naar de financieringsmodellen.
Hoe staat het er nu voor?
Inmiddels zijn we iets meer dan een jaar verder en de eerste tegenvallers dienen zich aan. Zetten we alle plannen in schema, dan ontstaat het volgende beeld:
Aangekondigde datum in brief: | Brief dec22 | Brief juni23 | Brief febr24 |
Fase 1, Voorbereiden Besluitvorming | 2022-2024 | 2022-2025 | |
|
dec23 | okt24 | |
|
dec23 | dec24 | |
|
mrt24 | sept24 | |
|
dec24 | ||
|
Q2-2025 | ||
|
dec24 | ||
|
april24 | ||
|
Voor het eerst genoemd | ||
Fase 2 Uitvoeren Tender | 2023-2025 | Start medio25 | |
|
|||
|
okt25 | ||
|
dec25 | ||
Fase 3 Vergunningverlening | 2025-2028 | ||
Fase 4 Bouw en ingebruikname | 2028-2035 | Volgens NPE af in ’35 en ’37 |
De vertraging zit nu in de eerste fase. De marktverkenning waarin financieringsstudies worden uitgevoerd laat langer op zich wachten. Het gaat dan om een Government Support Package, dat in verband met de aanbestedingsregels van Brussels goed bekeken moet worden. Ook de technische haalbaarheidsstudies, die – op kosten van het klimaatfonds – door de bedrijven zelf worden uitgevoerd, zullen pas nu kunnen beginnen, in plaats van medio 2023. Nadat de bedrijven hun studies hebben afgerond, zal er nog een onafhankelijke toetsing van de resultaten plaatsvinden.
Jetten reageert luchtig op de vertragingen:
“Mijn verwachting is daarom dat door aan de voorkant meer kwaliteit in de uitvraag te stoppen en de technologieleveranciers gerichter aan het werk te laten gaan in deze fase, dit de onderhandelingen tijdens de aanbestedingsfase ten goede komt.”
Zijn verwachting is dat de vertraging wordt gecompenseerd door een versnelling in een latere fase. Juist bij kernenergie-projecten zou hij beter moeten weten. Vertragingen hebben daar nogal eens de neiging zich op te stapelen.
Al met al is de conclusie dat de minister na circa een jaar al moet vaststellen dat hij nu al een jaar vertraging heeft opgelopen.
Meer lezen: