17 juni 2026

We kunnen ons geen ‘intellectuele luiheid’ van Wopke Hoekstra permitteren

Deze opinie verscheen in het NRC op woensdag 17 juni.

Eurocommissaris Wopke Hoekstra verzette zich nog maar kort geleden tegen pogingen om het emissiehandelssysteem af te zwakken. Nu zwakt hij zélf het systeem af, concludeert Lisanne Boersma, directeur van WISE. „Juist in tijden van crisis moet Europa koersvast blijven.”

limaatbeleid lijkt een beetje uit de mode te zijn, hoewel de wereld nog steeds wordt geconfronteerd met een ongekende en rampzalige klimaatnoodsituatie. De recente branden op de Veluwe zijn daar een voorbeeld van, om over rampen in het globale zuiden nog maar te zwijgen. Niet voor niets klonk Wopke Hoekstra, de Eurocommissaris voor Klimaat, nog maar vier maanden geleden opvallend stellig: pleidooien vanuit de zware industrie om het Europese emissiehandelssysteem (ETS) af te zwakken waren volgens hem „intellectueel lui”.

Het ETS zet een prijs op de uitstoot van broeikasgassen door grote bedrijven. Op dit moment wordt in Brussel onderhandeld over de herziening van dit systeem, vooral om het in lijn te brengen met de klimaatdoelen van 2040. In de EU moet de uitstoot van broeikasgassen dan met 90 procent zijn gedaald ten opzichte van 1990. Tijdens die onderhandelingen worden ook voorstellen gedaan om „de industrie wat ademruimte te geven”, vertelde een betrokken EU-functionaris.

De stelligheid waarmee Hoekstra het ETS verdedigde, blijkt van korte duur. Onder druk van geopolitieke onrust en economische belangen lijkt hij nu zélf te vervallen in precies die reflex die hij eerder bekritiseerde. ‘Ademruimte’ riskeert verdere klimaatchaos, de lange termijn concurrentiepositie van Europese bedrijven en de geloofwaardigheid van de EU. Een goedwerkend ETS met een CO₂-prijs die bedrijven stimuleert om te verduurzamen is cruciaal om de klimaatdoelen te halen.

De rekening verdwijnt niet

Waar Hoekstra eerst waarschuwde tegen het ondermijnen van het ETS door fossiele achterblijvers, spreekt hij opeens over versoepeling als „een belangrijke eerste stap bij het moderniseren van onze koolstofmarkt”. Het is een opmerkelijke maar illustratieve herformulering, die vooral laat zien hoe rekbaar politieke principes kunnen worden onder toenemende druk. Trumps roekeloze aanval op Iran en de daaropvolgende hoge energieprijzen worden daarbij als rechtvaardiging aangevoerd, maar die redenering houdt geen stand.

Juist in tijden van crisis zou Europa koersvast moeten blijven. Als de recente geopolitieke spanningen iets duidelijk maken, is hoe kwetsbaar Europa is geworden van de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen. De reflex om hogere prijzen – en dus ook klimaatbeleid – af te zwakken is begrijpelijk, maar contraproductief. Het is de klassieke valkuil van kortetermijndenken: vandaag iets goedkoper, morgen een hogere prijs. Recent economisch onderzoek bevestigt dat de huidige trend van de opwarming van de aarde zal leiden tot een welvaartsverlies van meer dan 30 procent, en dat de uitstoot van een ton CO₂ in 2100 een maatschappelijke kostenpost zal worden van meer dan duizend euro per ton. Ter vergelijking: de huidige ETS-prijs schommelt rond de 75 euro per ton CO₂. Dit is natuurlijk veel te weinig. Experts hebben het vaak over een effectieve ETS-prijs van tussen de 120 en 200 euro per ton CO₂. Bij deze prijs worden fundamentele, ingrijpende verduurzamingsaanpassingen pas rendabel.

Bovendien krijgen industriële bedrijven voor het grootste gedeelte van hun uitstoot gratis ETS-rechten. Voor sectoren zoals ijzer- en staal, raffinaderijen en de chemische industrie betekent dit dat ze voor meer dan 90% gratis kunnen uitstoten. Sommige bedrijven, zoals Tata Steel krijgen zelfs meer gratis rechten dan dat ze nodig hebben. Die kunnen ze vervolgens met winst doorverkopen. Dit is een ondermijning van het principe dat ‘de vervuiler betaalt’. Herziening van het ETS zou daarom juist eerder aangescherpt dan afgezwakt moeten worden.

Het verlagen van de financiële druk op vervuilende industrieën verlengt de levensduur van de fossiele infrastructuur en stelt noodzakelijke innovatie uit. De rekening verdwijnt niet, die wordt slechts doorgeschoven. Naar een toekomst met hogere kosten: voor bedrijven én de samenleving.

Ruggengraat

Het ETS wordt vaak de ruggengraat van het Europese klimaatbeleid genoemd. Het biedt bedrijven al sinds 2005 duidelijkheid en voorspelbaarheid, twee essentiële voorwaarden voor langetermijninvesteringen in verduurzaming en innovatie. Door het systeem af te zwakken, wordt duidelijkheid ingeruild voor onzekerheid. Bedrijven die willen investeren of al hebben geïnvesteerd in schone technologieën hebben juist baat bij een stabiel en ambitieus kader, niet bij beleid dat meebeweegt met elke (geo)politieke windvlaag. Niet voor niets stuurden juist ook industriële bedrijven recent brieven naar Hoekstra met pleidooien voor een stevig ETS.

De draai van Hoekstra is meer dan een politieke nuance, het is een signaal. Een signaal dat als het moeilijk wordt hij toch weer kiest voor de makkelijke weg, in het voordeel van de industrie. Maar deze luiheid kunnen we ons niet permitteren. Leiderschap vraagt om het tegenovergestelde: visie, consistentie en de bereidheid om noodzakelijke keuzes te maken. Zonder die ruggengraat verliest niet alleen het ETS aan kracht, maar ook het vertrouwen in Europa’s klimaatambities.