You are here

Groene stroom uit dierkadavers?

Submitted by WISE on Thu, 01/12/2016 - 13:19

Op 30-11 kwam een redacteur van het TV-programma Rambam in talkshow Pauw met de onthulling dat kadavers van stierkalveren verwerkt worden tot groene stroom. In de uitzending van 1-12 (vanavond) gaat Rambam er nog meer over vertellen, maar het principe werd in de uitzending van Pauw al wel uitgebreid besproken:

Veel stierkalveren die bij de geboorte te klein zijn uitgevallen zijn onbruikbaar in de Nederlandse intensieve veeteelt omdat ze geen melk geven en ook weinig vlees opleveren. Dus worden ze afgemaakt en door verwerkingsbedrijf Rendac opgehaald om te worden verwerkt tot diermeel. Het diermeel kan worden verwerkt in vergistingsinstallaties of als biomassa bijstook worden verstookt. Met de hitte die hierbij ontstaat worden turbines aangedreven en wordt uiteindelijk dus elektriciteit opgewekt. Alle elektriciteit uit biomassa wordt in Nederland als groene stroom gecategoriseerd; dit geldt dus ook voor stroom waarvoor dierkadavers zijn gebruikt.

In de uitzending van Pauw werden alvast twee bedrijven genoemd die niet kunnen uitsluiten dat ze groene stroom uit dierkadavers verkopen of hebben verkocht: Uniper (E.ON) en Essent (Innogy / RWE). Meer namen worden waarschijnlijk op 1-12 om 21:50 onthuld.

Bij WISE schrokken we van dit nieuws, alweer komt groene stroom in een slecht daglicht te staan. Het gebruik van dierkadavers voor stroomopwekking is overduidelijk een uitwas van de bioindustrie, waarvoor binnen die sector snel een oplossing moeten worden gevonden. Na het horen van dit nieuws zijn we natuurlijk onmiddellijk gaan checken of de bedrijven die wij als groene stroom leveranciers aanbevelen mogelijk iets van doen hebben met diermeelverwerking. Tenslotte onderhoudt WISE ook een online energievergelijker waar je direct kunt overstappen naar een groen energiebedrijf. We wilden natuurlijk meteen uitzoeken of de producten in onze vergelijker ‘clean’ zijn.

WISE energiepartners 'clean'

Geen van de energielveranciers waarvan energieproducten aanvraagbaar zijn in onze WISE vergelijker is betrokken bij deze praktijken. Pure Energie en Qurrent leveren uitsluitend stroom uit wind en zon. Één van de twee Greenchoice stroomproducten in onze vergelijker bevat wel 50% biomassa en 50% windenergie, het tweede product bevat 100% Nederlandse wind. Wij belden Greenchoice-woordvoerder Jurjen Algra om na te gaan hoe het zit met het 50% biomassa-product. Hij legde uit dat de verwerking van diermeel voor de stroomproductie voorkomt in grootschalige vergistingsinstallaties en mogelijk ook tijdens de bijstook van biomassa in kolencentrales. Greenchoice werkt uitsluitend samen met kleinere (boeren-) bedrijven en kan garanderen dat het diermeel daar niet terecht komt.

Maar hoe kijkt WISE dan tegen het gebruik van biomassa voor de stroomproductie aan? Hieronder geven we de criteria weer voor het beoordelen van de duurzaamheid van biomassa-bijstook en vergisting. Deze criteria heeft WISE samen met de Consumentenbond, Greenpeace en Natuur&Milieu ontwikkeld ten behoeve van het onderzoek naar de duurzaamheid van de Nederlandse stroomleveranciers.

Meer uitgebreide informatie (want er zijn legio soorten biomassa die gebruikt worden voor de stroomproductie) is te vinden in Bijlage A van het rapport behorende bij dat onderzoek. Over het gebruik van diermeel in de stroomproductie was ten tijde van het schrijven van het rapport nog niets bekend. Voor een volgende editie van ons duurzaamheidsonderzoek zullen we het gebruik van diermeel en de beoordeling daarvan bespreken met onze onderzoekpartners.

Biomassa co-vergisting

In de agrarische sector wordt veel energie gewonnen met vergisters. Het merendeel van de vergisters bestaat uit co-vergisters, dat wil zeggen dat tenminste 50% dierlijke mest samen met andere biomassastromen, de zogenaamde co-producten, wordt vergist. Co-vergisters worden slecht beoordeeld qua duurzaamheid, vooral vanwege de co-producten die nodig zijn om de gasopbrengst, en daarmee het financieel rendement, van de installatie te verhogen. Co-vergisting gebeurt namelijk meestal met biomassa die nuttiger kan worden ingezet als veevoer of voor de productie van bijvoorbeeld compostaarde.

Een vergistingsinstallatie produceert eerst gas dat vervolgens kan worden verbrand voor de elektriciteitswinning. Door de vele stappen in het productieproces is het totale energetische rendement van co-vergisters voor de elektriciteitsproductie over het algemeen laag. Het ontstane gas kan beter direct als biogas worden ingezet op plekken waar nauwelijks groene alternatieven voorhanden zijn, bijvoorbeeld voor industriële hoge temperatuur warmte of als scheepsbrandstof.

Om al deze redenen valt stroom uit vergisters in de minst duurzame categorie.

Mono-mestvergisters

Mono-mestvergisters, vergisters die uitsluitend dierlijke mest verwerken, vallen qua duurzaamheid in de midden categorie. Ten opzichte van co-vergisters (waarin mest wordt vermengd met bijvoorbeeld maisresten) wordt hier geen gebruik gemaakt van plantaardig materiaal dat hoogwaardigere toepassingen kent. Op dit punt worden monovergisters dus beter beoordeeld van andere vergistingsinstallaties. Hoewel ook hier moet worden geconstateerd, net zoals bij de eerder omschreven co-vergisting, dat het ontstane gas beter als biogas kan worden ingezet dan omgezet te worden naar elektriciteit. Vandaar dat monovergisters in dit onderzoek als middelmatig duurzaam worden beschouwd.

Biomassa bijstook in kolencentrales met biomassa die niet is gecertificeerd volgens de afspraken in het Energieakkoord

Energiebedrijven importeren biomassa uit bossen in Europa en andere werelddelen (met name uit Noord-Amerika) met het doel om deze te verstoken in Nederlandse kolencentrales. Opgewekte stroom via bijstook in kolencentrales van biomassa die niet is gecertificeerd volgens de afspraken in het Energieakkoord valt in de minst duurzame categorie. Hiervoor zijn een aantal redenen:

  • Het bijstoken van biomassa in kolencentrales betekent dat ook kolen gebruikt worden in dezelfde centrale. Bijstook van biomassa in kolencentrales wordt gesubsidieerd. De subsidies maken het in bedrijf houden van kolencentrales financieel aantrekkelijk. Omdat bijstook samengaat met het gebruik van kolen is dit erg milieubelastend.

  • De grote vraag naar houtige biomassa voor bijstook in kolencentrales kan tot aantasting van bossen en biodiversiteit leiden. Daarnaast is de klimaatwinst discutabel wanneer houtige biomassa wordt verbrand die anders door zou blijven groeien in een bos. Oudere bomen houden per jaar meer koolstof vast dan jongere bomen.

  • Biomassa is waardevol en schaars. In plaats van biomassa te gebruiken als brandstof voor elektriciteitsproductie, kan deze veel nuttiger en hoogwaardiger worden ingezet voor toepassingen waarvoor zeer moeilijk duurzame alternatieven te vinden zijn, bijvoorbeeld voor proceswarmte in de industrie of voor de productie van biobrandstoffen.

  • Grootschalige inzet van biomassa in kolencentrales verhoogt de vraag. Uiteindelijk zal er onvoldoende biomassa beschikbaar zijn om aan deze vraag te voldoen, waardoor er een dynamiek zal ontstaan om meer productiebossen aan te planten. Als dit plaatsvindt op grond die ook geschikt is voor landbouw, dan kan deze niet meer worden gebruikt voor voedselproductie. Voedsel is schaars en wordt op deze manier verdrongen door biomassa.

Biomassa bijstook in kolencentrales met biomassa gecertificeerd volgens de afspraken in het Energieakkoord

De partijen van het Energieakkoord hebben in maart 2015 afspraken gemaakt over de duurzaamheid van biomassa bijstook in kolencentrales. De biomassa moet bijvoorbeeld uit duurzaam beheerde bossen afkomstig zijn. Deze bossen mogen niet worden gekapt met als enig doel om brandstof voor de energiewinning te produceren, biomassa mag niet meer dan een bijproduct van de houtoogst zijn. Om dit te kunnen bewijzen starten de energiebedrijven een programma om in de loop van de jaren voor steeds meer bospercelen optimale certificering te realiseren.

Biomassa bijstook in kolencentrales die aan alle eisen uit het Energieakkoord voldoet plaatsen wij in de meest duurzame categorie. Dit is in 2015 niet aan de orde geweest.

Standalone biomassa centrales

Standalone biomassacentrales zijn centrales waarin uitsluitend biomassa wordt verbrand. We gebruiken de term ‘standalone’ om een duidelijk verschil te maken met biomassa bijstook in kolencentrales. Momenteel speelt in beide gevallen nog het probleem dat de herkomst van de biomassa niet of onvoldoende kan worden bewezen. In standalone biomassa centrales wordt hoofdzakelijk houtige biomassa verbrand, vaak in de vorm van snoeihoutchips en boschips. In sommige installaties worden ook kapotte meubels en afvalhout uit de bouw verwerkt. Bij verbranding van deze biomassa komen veel schadelijke stoffen vrij en vindt er veel CO₂ uitstoot plaats. Deze CO2 kan deels worden ‘terugverdiend’ door de het planten van nieuwe bomen, maar daar kan een lange periode overheen gaan. Daardoor is biomassaverbranding niet klimaatneutraal en dus minder aantrekkelijk dan zonne- en windenergie waarbij directe CO₂-reductie plaatsvindt. Daarnaast geldt ook hier: biomassa kan in principe nuttiger en hoogwaardiger worden ingezet dan als brandstof voor stroomproductie. Resthout uit de bouw kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor de productie van spaanplaten. Houtige biomassa is een belangrijke grondstof voor de biobased economy.

Elektriciteit uit standalone biomassacentrales wordt daarom als middelmatig duurzaam beoordeeld. Er is een uitzondering: als een standalone biomassacentrale gecertificeerde biomassa gebruikt die voldoet aan de criteria van het Energieakkoord dan komt de hiermee geproduceerde elektriciteit in de meest duurzame categorie terecht.