You are here

Stroomdossier: Afvalverbranding

In de stroomdossiers legt WISE uit hoe het precies zit met groene stroom en grijze stroom. In dit dossier antwoord op de vraag of elektriciteit geproduceerd in afvalverbrandingsinstallaties groene stroom genoemd kan worden?

Hoeveel stroom wordt er opgewekt in afvalverbrandingsinstallaties?

In Nederland staan twaalf moderne afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s). Zij winnen gemiddeld ongeveer 20% van de energie-inhoud bij afvalverbranding terug als elektriciteit. En daarnaast winnen ze ongeveer 23% als warmte (RVO 2017).
Jaarlijks wordt in Nederland ongeveer 7,6 miljoen ton afval verbrand waarbij 54% van de geproduceerde energie afkomstig is van biomassa ). De totale bijdrage van de AVI’s aan hernieuwbare energie in Nederland is 20,3 PJ, dat is een aandeel van 17% binnen het eindverbruik van hernieuwbare energie in Nederland.
In 2015 hebben zij 2,8 TWh (2,8 miljard kWh) elektriciteit geproduceerd. Dat komt overeen met 2,5% van de Nederlandse elektriciteitsproductie (110 TWh). Hiervan is 1,5 TWh hernieuwbare elektriciteit (op basis van de biomassa in het afval), en dat komt overeen met 1,4% van de Nederlandse elektriciteitsproductie (CBS 2016).
Door meer preventie en recycling neemt de hoeveelheid brandbaar restafval in Nederland af. De installaties vullen de beschikbare capaciteit met restafval uit Europese lidstaten die over onvoldoende capaciteit beschikken en waar nog veel afval wordt gestort (Vereniging afvalbedrijven 2017).

Is elektriciteit opgewekt in afvalverbrandingsinstallaties groene stroom?

Ja en nee. Het brandbare deel van het afval bestaat uit een biogeen deel (hout, papier, voedselresten), en een fossiel deel (met name plastic). Stroom opgewekt met het biogene deel wordt groene stroom genoemd, stroom uit het fossiele deel grijze stroom. Het aandeel groene stroom varieert over de jaren, gemiddeld ongeveer 54%.

Groene stroom, maar toch in de top 10 van CO2-vervuilers in Nederland?
Afvalverbrandingsinstallaties stoten veel CO2 uit. De drie grootste afvalverbranders komen zelfs voor in de top-10 van Nederlandse bedrijven die het meeste CO2 uitstoten: Attero, AVR en HVC stoten elk ongeveer 1,5 miljoen ton CO2 per jaar uit (Groene Amsterdammer 2017).
Een deel hiervan kan dan wel onvermijdbaar genoemd worden (niet-recyclebaar afval) en een deel hiervan niet meegeteld worden (groene stroom uit biomassa), toch is de emissie in absolute zin erg groot en draagt deze in belangrijke mate bij aan het klimaatprobleem.

Wat is de broeikasbijdrage van stroom uit afval?

De emissies van het fossiele deel zijn met 942 gCO2eq/kWh hoog te noemen, hoger dan die van kolen met 798 gCO2eq/kWh (WISE 2016). De emissies van het biogene deel worden in beleid en regelgeving op nul gesteld (uitleg in ons dossier Biomassa voor energie: een tricky business). In de praktijk zijn deze emissies niet gelijk aan nul.
Uitgaande van de verhouding in het brandbare afval van biogeen (54%) en fossiel (46%), wat is dan de broeikasbijdrage van stroom uit het gemengde afval? Bij de (theoretische) emissie van nul voor het biogene deel, is de broeikasemissie van de productie van stroom uit het gemengde afval gelijk aan 433 gCO2eq/kWh. Ter vergelijking: dat is nog altijd een stuk hoger dan de broeikasbijdrage van een aardgascentrale (met WKK) van 298 gCO2eq/kWh.

Is elektriciteit uit afval duurzaam?

Deze vraag valt afhankelijk van het gezichtspunt verschillend te benaderen. Voorop staat dat het aan de bron scheiden van afval met het oog op hergebruik de meest duurzame aanpak is. Het ideaalbeeld is dat we een volledig circulaire economie ontwikkelen waarin alles wordt hergebruikt en afval praktisch niet meer bestaat. Aangezien we daar nog niet zijn, zou je kunnen redeneren dat stroom uit afvalverbranding onder bepaalde voorwaarden groen genoemd kan worden:
1. Als de mogelijkheden benut zijn om de fracties te scheiden die hoogwaardiger toegepast kunnen worden (bronscheiding maar bijv. ook nascheiding van huishoudelijk afval voorafgaand aan verbranding, zie Nieuwsbericht AEB Amsterdam;
2. Als de mogelijkheden benut zijn om de biogene fracties te composteren (natte organische fractie) of in een standalone biomassacentrale toe te passsen (houtige biomassa);
3. Als de overgebleven restfractie alleen nog maar geschikt is voor eindverwerking;
4. Als de calorische waarde van deze restfractie hoog genoeg is om deze - met hoog rendement en zonder bijstook - in een AVI te verbranden;
5. Als economische factoren (kostprijs en capaciteitsbenutting) en energetisch rendement geen rol gespeeld hebben in het kiezen van de afvalmix voor verbranding. Cascadering is het leidende principe.

Een afvalverbrandingsinstallatie stookt op een mix van materialen. Deels is de samenstelling bekend en kan er rekening worden gehouden met specifieke giftige stoffen die vrijkomen. Deels is de precieze samenstelling van de materialen onbekend, omdat de samenstelling door de veelheid aan aanbieders en de schaal van de operatie nooit geheel valt te controleren. Om deze redenen hebben afvalverbranders uitgebreide rookgasreinigingsinstallaties, maar ook deze kosten energie en beïnvloeden het totaalrendement van de verbranding in negatieve zin. Schone brandbare materialen kunnen efficiënter benut worden in een standalone biomassacentrale, dat geeft minder emissies en meer stroom.

Natte biogene fracties zoals voedselresten en tuinafval kunnen ook beter niet verbrand worden omdat ze het rendement van de verbranding negatief beïnvloeden. Dit soort afval kun je beter scheiden van de rest en composteren.

Een probleem wat afvalverbrandingsinstallaties verder ondervinden is dat als vooraf teveel van de brandbare fracties gescheiden wordt, er te weinig overblijft in de afvalmix om goed te kunnen branden. Stroomproductie in een afvalverbrandingsinstallatie schept een marktvraag naar ongescheiden afval, en dat werkt hergebruik en recycling tegen. In de Nederlandse praktijk is dit ook duidelijk te zien. Het succes van bronscheiding heeft er voor gezorgd dat het aanbod van afval voor de AVI’s veel te laag geworden is. De AVI’s kampen met overcapaciteit en het tekort wordt aangevuld met import van afval uit het buitenland. De twaalf AVI’s in Nederland die stroom opwekken hebben een capaciteit van 7,7 MT brandbaar afval. In 2013 werd deze capaciteit volledig benut: 1,6 MT bestond uit geïmporteerd afval (21%). Circa 80% van deze import komt uit Groot-Brittannië (Rebel 2015).

Groene stroom uit afval uit het buitenland, is dat dan duurzaam?
Je zou kunnen redeneren dat het voor het broeikaseffect niet uitmaakt of een afvalverbrandingsinstallatie in het ene land staat of in het andere. Technisch gezien klopt dat, maar alleen onder de aanname dat de hoeveelheid te verbranden afval gelijk blijft.
Verbranding concurreert echter met hergebruik en andere verwerkingstechnieken. Een Nederlandse marktvraag naar Brits huishoudelijk afval kan er heel goed toe leiden dat er in Groot-Brittannië minder hout, papier, plastic en tuinafval gescheiden wordt ingezameld. En dat maakt wel degelijk verschil voor het broeikaseffect. Is in Nederland opgewekte stroom uit Brits afval dan groene stroom te noemen? Dat valt niet te zeggen, dat zou alleen zo zijn als bovengenoemde vervolgeffecten niet optreden.

Stroom uit afval: onderdeel van duurzame elektriciteitsvoorziening van de toekomst?
Is er een toekomst weggelegd voor stroom uit afval? Idealiter zijn in de toekomst afvalscheiding en circulaire economie zou ver ontwikkeld dat er onvoldoende brandbaar restafval overblijft om een afvalverbrander op te laten draaien. Mogelijk is er uiteindelijk een brandbaar deel dat bij recycling geen andere inzet kan krijgen dan verbranding. Gedacht kan worden aan houtvezels die verontreinigd zijn, stromen die niet te scheiden zijn of kunststoffen die niet verder circulair ingezet kunnen worden doordat ze te lage kwaliteit bereikt hebben. De bijdrage hiervan aan de stroomvoorziening zal nooit hoger worden dan die van de huidige afvalverwerking, eerder (veel) lager (Natuur en Milieu, Energievisie 2035).

Wat vindt WISE?

Het verbranden van afval – of het nou biogeen of niet-biogeen afval betreft – past niet bij een circulaire economie waarin steeds meer stoffen worden gerecycled. Het is duurzamer om papier en karton, kunststoffen, GFT, textiel en hout apart in te zamelen en zoveel mogelijk te recyclen. Daarnaast levert nat organisch afval in afvalverbrandingsinstallaties onder de streep weinig of geen energie op.

Als in de toekomst bronscheiding, nascheiding en recycling optimaal worden toegepast blijft er waarschijnlijk een beperkte hoeveelheid, meestal verontreinigde, brandbare restfractie over waar niet veel anders mee te doen is dan de energiewaarde te benutten met verbranding. Voor die toekomstige restfractie zijn waarschijnlijk kleinere en meer gespecialiseerde installaties nodig in vergelijking met de huidige generatie grootschalige AVI's.

Voor de huidige situatie beoordeelt WISE elektriciteit uit afvalverbrandingsinstallaties desondanks als middelmatig duurzaam. De reden hiervoor is dat het beter is om energie te winnen uit afval dat verder nergens voor ingezet kan worden dan het afval te storten of te verbranden zonder hierbij ook energie te winnen.

Investeringen in nieuwe afvalverbrandingsinstallaties worden door WISE slechter beoordeeld. Deze investeringen plaatsen wij in de minst duurzame categorie. De reden hiervoor is dat de Nederlandse afvalverbranders al een grote overcapaciteit hebben, er in veel andere landen al voldoende afvalverbrandingsinstallaties zijn, en de investeringen juist nodig zijn om afval te recyclen en in de circulaire economie in te zetten.

Vind jij dit ook? Lees verder wat jij zelf kan doen:

Doe mee en draag bij aan een groenere stroomvoorziening!

Wat kan jij doen?

Lees ook onze andere stroomdossiers

Page last updated: 12-06-2017