You are here

Groene stroom uit de kerncentrale

Submitted by WISE on Fri, 26/09/2008 - 16:28
2,5 miljoen Nederlanders gebruiken groene stroom, maar die is vaak niet echt groen De vraag naar duurzame elektriciteit is groter dan het aanbod, dus moet er worden geïmporteerd. Die import is virtueel. Het gaat met groene certificaten. Rotterdam, 26 sept. Peter Segaar uit Leiden is een adept van zonne-energie. Hij heeft twaalf zonnepanelen geplaatst op het dak van het appartementencomplex waar hij op de begane grond een ruimte huurt. En hij heeft een contract bij energiebedrijf Greenchoice, voor de levering van 100 procent groene stroom. Zonnestroom, wel te verstaan. Allemaal in Nederland geproduceerd. Geïmporteerde stroom wil hij niet. „Dat vertrouw ik niet”, zegt hij via de telefoon. Deze week barstte in Nederland een discussie los over de import van groene stroom. Aanleiding waren de voorstellen van het Europees Parlement, vorige week, om de huidige Europese handel in groene stroom aan te pakken. Energiebedrijven zouden hun consumenten ‘nepstroom’ verkopen, berichtte De Telegraaf. De consument zou worden opgelicht. In Nederland hebben ongeveer 2,5 miljoen mensen een contract voor groene stroom. Dat is elektriciteit die wordt opgewekt uit windenergie, zonne-energie, biomassa, aardwarmte of waterkracht. Omdat de vraag naar groene stroom in Nederland groter is dan het aanbod, moeten de energiebedrijven importeren. Zo haalt Essent, dat een miljoen klanten voor groene stroom heeft, 20 procent uit het buitenland. Niet alle elektriciteit wordt daadwerkelijk fysiek geïmporteerd. Dat zou niet efficiënt zijn – hoe groter de afstand, hoe hoger het energieverlies onderweg. Het is een virtuele import, via zogeheten groene certificaten. Voor elke geproduceerde megawattuur groene stroom, kan een bedrijf één groen certificaat aanvragen bij een speciaal daarvoor in het leven geroepen instantie. In Nederland is dat bij Certiq, een dochteronderneming van netbeheerder Tennet. Nederlandse energiebedrijven hebben vorig jaar hun groene certificaten allemaal in Scandinavische landen gekocht. De stroom is met name opgewekt in waterkrachtcentrales. Het is dus wel degelijk groene elektriciteit, zegt directeur Michiel Rexwinkel van energiebedrijf Greenchoice, dat 200.000 klanten in Nederland heeft. Dat consumenten die groene stroom ook thuis in hun stopcontact krijgen, is onwaarschijnlijk, zegt Rexwinkel. Maar dat geldt ook voor de groene stroom die in Nederland zelf is opgewekt. Het is inherent aan het netwerk. Elektriciteit uit gascentrales, windturbines, kolencentrales mengt zich daar. „Iemand die in de buurt van Borssele woont, en een contract voor groene stroom heeft, krijgt bijna zeker elektriciteit uit de kerncentrale daar”, zegt Rexwinkel. Hij noemt elektriciteit daarom een van de moeilijkst te verkopen producten. Mensen die op groene stroom overstappen moeten vooral het collectief voor ogen houden: ze krijgen zelf misschien geen groene stroom thuis, maar ze zorgen er wel voor dat het netwerk als geheel groener wordt. Het Europees Parlement wil nu de handel in groene certificaten aanpakken. Het systeem werkt niet goed. Energiebedrijven geven dat zelf ook toe. Als Essent of Greenchoice groene certificaten kopen, tellen ze dat mee in hun totale groene stroomproductie. Maar de leverancier in Zweden of Noorwegen verkoopt de fysieke stroom ook nog eens als groen in eigen land, en hij telt zo mee in de nationale doelstellingen. Het Europees Parlement wil aan deze ‘dubbele telling’ een eind maken. Energiebedrijven heben meer problemen met een ander voorstel van het parlement: een groen certificaat mag alleen nog verstrekt worden als eenderde van de opgewekte groene stroom uit nieuwe installaties komt. Daarmee wil het parlement de uitbreiding van duurzame elektriciteit stimuleren, en het halen van de ambitieuze Europese doelstelling (20 procent van alle verbruikte energie moet in 2020 afkomstig zijn van duurzame bronnen) makkelijker maken. Nu remt de handel in groene certificaten de aanleg van nieuwe windparken of biomassacentrales te veel, vindt het parlement. Het komt erop neer, zegt Rexwinkel, dat groene stroom straks in het ene geval nog wel groen mag heten, en in het andere geval niet meer. Bijvoorbeeld als de elektriciteit volledig uit een oude waterkrachtcentrale in Noorwegen komt, of uit een oud windpark in Duitsland. „Dat krijg ik aan mijn klanten niet meer verkocht”, zegt hij. De woordvoerder van Essent vergelijkt het met de productie van biologische groenten. „Een boer die al tien jaar biologisch produceert, zou zijn spullen opeens niet meer als biologisch aan de man mogen brengen.” Er zijn volgens Essent en Greenchoice genoeg andere manieren om de productie van groene stroom te stimuleren. Versoepeling van de vergunningenprocedures bijvoorbeeld. Of een stabiel subsidiebeleid, zodat producenten weten waar ze aan toe zijn en ook durven investeren in kostbare nieuwe installaties die tientallen jaren meemoeten. In Nederland is het voortdurend wisselend beleid van de achtereenvolgende kabinetten een doorn in het oog van de energiewereld. Rexwinkel zou graag zien dat heel Europa het Duitse systeem invoert. Daar wordt alle stroom toegelaten tot het net. En iedereen die een installatie voor hernieuwbare energie aanlegt, of het nu een setje zonnepanelen is of een groot windpark, krijgt een standaardvergoeding per geleverd kilowattuur, gedurende een periode van 20 jaar. Die wettelijke regeling heeft Duitsland tot wereldkampioen duurzame energie gemaakt, zegt consument Segaar uit Leiden. „Als je ziet wat mensen daar aan zonnepanelen hebben geplaatst. Daken en daken vol.” Kortom: de consument moet zijn eigen producent worden.
Groene en grijze stroom De productie van groene stroom is vaak duurder dan die van ‘grijze’. Hoeveel duurder hangt af van de productiewijze. Zo is de opwekking van elektriciteit uit biomassa goedkoper dan de opwekking van elektriciteit uit zonne-energie. De overheid subsidieert de opwekkers van groene stroom. Ook is er steeds meer concurrentie tussen aanbieders van groene elektriciteit. Daardoor is groene stroom nauwelijks duurder dan grijze. Tot 2005 betaalden afnemers van duurzame energie minder energiebelasting om het gebruik van groene stroom te stimuleren. Nu probeert de overheid de productie van groene stroom te bevorderen. In tegenstelling tot groene elektriciteit bestaat groen gas nog nauwelijks. Er zijn energieleveranciers die het aanbieden, maar dan gaat het vaak om aardgas waarbij ter compensatie bomen worden geplant. Bron: consuwijzer.nl
(nrc.next)