You are here

Energie in de toekomst met grote gevolgen voor het milieu

Hoofdstuk 3 van 'Rekenen op energie, rekenen aan energie'. Herman Damveld, Groningen, februari 2019.
Naar de overzichtspagina

3.1 Nodig: 36 keer zoveel zon en wind
3.2 Ruimtebeslag per energiebron
3.3 Watergebruik elektriciteitsopwekking
3.4 Opslag energie noodzakelijk
3.5 Uitstoot broeikasgassen van de verschillende energiebronnen
3.6 Milieugevolgen productie en consumptie: de verborgen impact

3.1. Nodig: 36 keer zoveel zon en wind

Urgenda is een landelijke organisatie die Nederland sneller duurzaam wil maken en die op 9 oktober 2018 de Klimaatzaak tegen de staat heeft gewonnen. Het ging om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen van 25% in 2020 ten opzichte van 1990.[1] [2] Om te laten zien dat dit kan heeft Urgenda al in 2015 een energieplan gemaakt. Door anders te wonen, te eten, te produceren en door ons anders te verplaatsen van A naar B halen we een energiebesparing van 50%. Het energiegebruik dat dan nog overblijft is 1560 petajoule (PJ).[3] [4] [5]

Deze omvang van het energiegebruik is ons uitgangspunt voor de volgende berekening om te illustreren voor welke omvangrijke taak we staan. Stel dat het energiegebruik in 2050 gelijk blijft aan de omvang die Urgenda noemt. Dat is de helft van het huidige energiegebruik van 3150 PJ (tabel 3.1 en figuur 3.1). Stel verder dat in 2050 wind- en zonne-energie elk de helft van de energievraag leveren. Dat is elk de helft van 1560 PJ oftewel allebei 780 PJ.

Zonne-energie zorgt nu voor 9 PJ en wind voor 35 PJ.[6] Een rekensom leert ons dat Nederland dan 36 keer zoveel duurzame stroom moet opwekken als nu. In ons rekenvoorbeeld gaat het om 87 keer zoveel elektriciteit uit zonne-energie en 22 keer zoveel uit windenergie.

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) heeft op 19 april 2018 aangegeven dat in 2050 zo’n 9.500 windmolens op zee en 2.750 op land kunnen staan die 1400 PJ opwekken. Daarbij gaat de NVDE uit van een gemiddeld vermogen van 4 MW per windmolen op land en 8 MW op zee.[7] Of er voldoende draagvlak is voor al deze windmolens valt te bezien, gegeven de grote weerstand tegen grote windmolens.[8] In theorie kan windenergie zorgen voor 780 PJ of meer. Of dat in de praktijk ook zo is zal de toekomst ons leren.

Op de Nederlandse daken is ruimte voor 270 miljoen zonnepanelen, dat is 22,5 keer zoveel als de 12 miljoen die er nu liggen. Die 270 miljoen panelen kunnen 217 PJ leveren. [9] Daarnaast moeten dan nog 3,6 keer zoveel zonnepanelen elders geplaatst worden om het streefgetal van  780 PJ, dat is 87 keer zoveel elektriciteit als nu, te kunnen halen. Dat is bijna 1 miljard zonnepanelen.

Tabel 3.1

Energiegebruik Nederland 1950-2030 in petajoule (PJ)[10] [11] [12] [13] [14]

Jaar

Energiegebruik

Bron

1950

 582

statline.cbs.nl/Statweb/

1960

 920

statline.cbs.nl/Statweb/

1970

2016

statline.cbs.nl/Statweb/

1980

2723

statline.cbs.nl/Statweb/

1990

2843

statline.cbs.nl/Statweb/

2015

3144

regering 2016

2017

3150

CBS

2020

2881

NEV 2017

2030

1560

Urgenda

2030

2829

NEV 2017

Figuur 3.1

Primaire energiegebruik 2005-2035


Bron: Rijksoverheid, 21 november 2018.

Uit rapporten van de overheid en andere organisaties komt het volgende beeld op van de energievoorziening tot 2030 in percentage per bron (tabel 3.2). Het aantal warmtepompen zal sterk toenemen (tabel 3.3).

Tabel 3.2

 Energiegebruik Nederland 1980-2030; percentages per bron[15] [16] [17] [18] [19]

Jaar

1980

2017

2020

2030

Aardgas

46,4

41

40

28

Olie

46,5

40

35

42

Kolen

 5,7

12

12

12

Kernenergie

 1,4

 1

  1

  1

Zon, wind, biomassa

 0

 6

12

17

Tabel 3.3


Bron: Tennet, 19 december 2018.

In deze paragraaf ging het tot nu toe over het energiegebruik. Maar de energie moet ergens vandaan komen. Elektriciteit wordt zoveel mogelijk in eigen land opgewekt. Het regeringsbeleid gaat uit van een toename van elektriciteit uit zon en wind. Daarom is het van belang aan te geven hoe de bronnen voor de productie van elektriciteit zich kunnen ontwikkelen. De visie van Tennet, de beheerder van het elektriciteitsnet, voor de periode tot 2033 staat in tabel 3.4.

Tabel 3.4

Elektriciteitsproductie Nederland 2015-2033

Opgesteld vermogen (MW)

2015

2016

2017

2018

2022

2025

2033

Kernenergie

    500

    500

   500

   500

   500

500

   500

Kolen

  7300

  5700

  5700

 4600

  4600

4000

  4000

Gas (operationeel)

15900

15500

15800

16100

14300

13300

11900

Gas (geconserveerd)

  4400

  4600

 3700

  2900

  2000

2500

  2500

Afvalverbranding

    700

    700

   700

   700

   800

800

    800

Biomassa/biogas

    400

    500

   500

   500

   500

500

    500

Wind op land

   2600

   3100

 3200

  3200

  4800

5500

  5200

Wind op zee

     200

     400

 1000

  1000

  2400

4500

13100

Waterkracht

          0

         0

       0

        0

        0

      0

      0

Zon-PV

   1000

   1500

 2000

  2900

  7200

10700

17800

Totaal

 33.100

 32.400

33.200

32.400

37.100

42.300

56.300

Bron: Tennet 1; Tennet 2, 19 december 2018.

3.2 Ruimtebeslag per energiebron

In dit verband is ook het ruimtebeslag in Nederland van belang. De productie van energie uit duurzame bronnen vergt veel meer ruimte dan energieproductie uit fossiele brandstoffen. Dat is de conclusie van Paul Behrens en John van Zalk van Universiteit Leiden uit hun onderzoek naar hoeveel ruimte negen specifieke energievormen bij hun productie innemen.

Verschillende energievormen vragen bij de productie verschillende hoeveelheden ruimte. Vergelijken kan aan de hand van de elektriciteit die wordt opgewekt per vierkante meter.

Biomassa, waterkracht, zon en wind nemen de meeste ruimte in beslag, aardgas en kernenergie de minste. De productie van zonne- en windenergie heeft veertig tot vijftig keer meer ruimte nodig dan energie uit steenkool en negentig tot honderd keer meer dan uit gas.[20] [21] Het gaat hier om de ruimte bij de productie van energie in Nederland. Het ruimtebeslag door bijvoorbeeld de buitenlandse uranium- of kolenmijnen is hierin niet meegenomen. Daarover zijn onvoldoende betrouwbare gegevens beschikbaar.

3.3 Watergebruik elektriciteitsopwekking

Elektriciteitscentrales gebruiken water voor de koeling. Kolencentrales zijn daarbij koploper, gevolgd door kernenergie en aardgas. Dat blijkt uit het rapport “Burning Our Rivers: The Water Footprint of Electricity”.[22]

Het rapport van het River Network gaat in op de situatie in de Verenigde Staten aan de hand van een gedetailleerde studie van 633 centrales die daar in bedrijf zijn. In Nederland kan de situatie anders zijn, maar we gaan ervan uit dat de uitkomsten van het rapport in grote lijnen ook voor Nederland gelden. Als dat niet zo is horen we dat graag.

In het rapport is naast het watergebruik van de gangbare centrales ook dat van zonne- en windenergie bestudeerd. Daarbij is niet alleen rekening gehouden met het water dat centrales gebruiken voor de koeling. Ook is onderzocht hoeveel water gebruikt wordt bij het maken van de centrales en de productie van de brandstof.  Deze meer indirecte manieren van het gebruik van water betekenen bijna altijd dat het water vervuild wordt. Het directe en indirecte gebruik van water geeft een water-voetafdruk van de verschillende vormen van elektriciteitsopwekking.

Voor één kilowattuur (kWh) uit een kolencentrale is 64 liter water nodig. Bij een kerncentrale gaat het om 58 liter en bij een gascentrale om 25 liter per kWh. Dit koelwater warmt de rivier of de zee op waar de centrale aan ligt. Het gaat hier om het directe en indirecte watergebruik.

Bij zon- en windstroom gaat het om veel minder water: bij stroom uit zonnepanelen is het 1 liter water per kWh en bij windenergie 0,2 liter per kWh. Het betreft hier watergebruik bij het maken van de installaties.

3.4 Opslag energie noodzakelijk

We krijgen in Nederland van de zon gemiddeld per jaar 35 keer zoveel energie als we nodig hebben voor verwarming, industrie, auto's en de opwekking van elektriciteit.[23]  Door de zon wordt de lucht warmer. Verwarmde lucht komt in beweging en stijgt op. De lucht beweegt: door de zon waait de wind. De vraag is daarom niet zozeer of er genoeg duurzame energie is, maar of er voldoende ruimte is voor zonnepanelen en windmolens. Nog belangrijker: wat doen we als de zon niet schijnt en de wind niet waait? Zitten we dan in het donker? Hoe voldoen we dan aan de energievraag? 

Het antwoord is soms dat Nederland juist voor de leveringszekerheid gascentrales in bedrijf moet blijven houden.[24] Anderen stellen daarentegen dat kerncentrales nodig zijn op uranium of pleiten voor nog niet bestaande reactoren op thorium of voor kernfusiereactoren.[25] Weer anderen vinden kernenergie geen goed plan.[26] Ook lezen we regelmatig dat waterstof een groot deel van de energieproblemen kan oplossen. Maar de toepassingen van waterstof zijn zeer duur en per definitie inefficiënt, waardoor andere technieken maatschappelijk gezien vaak een beter alternatief vormen.[27] Een voorbeeld. De omzetting van elektriciteit naar waterstof gaat met een rendement van zo´n 75%, de omzetting van waterstof terug naar elektriciteit met zo´n 55%. Zo verlies je onderweg 60% van de origineel opgewekte stroom.[28]

Als we van het gas af willen en ook geen kerncentrales willen hebben, wordt opslag van zonne- en windenergie noodzakelijk. Op momenten dat er meer zonne- en windenergie wordt geproduceerd dan nodig is, moet de overtollige energie worden opgeslagen voor gebruik op een later tijdstip. Dat kan via accu’s of via het maken van synthetisch gas of waterstof, maar alle drie worden nog niet heel grootschalig toegepast.[29] [30] Daarnaast behoort een aangelegd hoger gelegen meertje tot de mogelijkheden, zoals in België gebeurt. Overtollige stroom drijft pompen aan die water van laag naar hoog pompen. Valt de wind stil, dan laat je het water weer naar beneden stromen langs turbines en generatoren die elektriciteit maken. Ook is een ondergrondse waterkrachtcentrale in Limburg technisch mogelijk, maar dat is nu niet meer dan een plan.[31] [32]

De opslagsystemen in accu’s zijn in opkomst. Op 6 april 2017 deelden Eneco en Mitsubishi Corporation (MC) mee in Duitsland te starten met de bouw van Europa’s grootste batterij, onder de naam EnspireME. De batterij is een lithium-ion-systeem met een opslagcapaciteit vergelijkbaar met het gemiddelde energieverbruik van meer dan 5.300 Duitse huishoudens op 1 dag.[33]  De Technische Universiteit Delft heeft vanaf april 2017 een nieuw laboratorium voor onderzoek naar en het testen van huidige en toekomstige batterijen en de daaraan gerelateerde elektrochemische apparaten.[34]

Het Deutsche Zentrum für Luft- und Raumfahrt (DLR), de Universität Stuttgart en het  Karlsruher Institut für Technologie (KIT) bouwen gezamenlijk een onderzoeksfabriek voor grootschalige energieopslag die vrijwel geen verlies kent en bovendien goedkoop is. Het gaat om zogeheten Carnot-batterijen waarbij elektriciteit wordt omgezet in warmte, de warmte wordt opgeslagen en daarna weer omgezet in warmte en elektriciteit. De bouwplannen zijn op 9 oktober 2018 ondertekend.[35] Eveneens in Duitsland is begin 2019 het project “E-Magic” begonnen (de afkorting voor European Magnesium Interactive Battery Community). Het gaat om een batterij op basis van magnesium, ook omdat de voorraad magnesium 3000 keer zo groot is als de voorraad lithium en een magnesium-batterij gemakkelijker te hergebruiken is.[36]

De branchevereniging FME (de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie) heeft op 11 oktober 2017 een zogeheten visiedocument grootschalige energieopslag uitgebracht met een uitgebreid overzicht van de verschillende opslagmogelijkheden. Hieruit een citaat: “Ook in Nederland kan het in de toekomst voorkomen dat er meer duurzame energie wordt opgewekt dan er kan worden verbruikt. In de zomer ontstaat zelfs een structureel overschot aan duurzame energie. Dat brengt het risico met zich mee dat duurzame bronnen afgekoppeld moeten worden. Meer flexibiliteit, door bijvoorbeeld energieopslag, is nodig om te voorkomen dat deze schone en duurzame energie verloren gaat. Hoe groot deze toekomstige behoefte aan seizoensopslag is en wanneer de noodzaak hiervoor urgent wordt, hangt sterk af van de ontwikkeling van het aandeel duurzame energie.”[37] FME rekent ons voor dat het kan gaan om 50 miljard kWh, dat is 42% van het huidige elektriciteitsgebruik.

FME baseert zich op een studie die NLingenieurs, de Nederlandse branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus, op 1 oktober 2015 heeft uitgebracht. Daarin staat: “De lange termijn (2050) duurzaamheidsdoelstellingen van de EU en Nederland zullen leiden tot een massieve elektrificatie van de energievoorziening uit duurzame bronnen, hetgeen zal leiden tot de noodzaak van grootschalige (dag/nacht- en seizoens)opslag. (…) De nu beschikbare duurzame opslagtechnieken zijn nog niet geschikt voor dergelijke grootschalige toepassing. Batterijtechnologie kan een belangrijke bijdrage leveren, maar heeft qua performance en kostenefficiency nog een belangrijke weg te gaan.”[38] Toch moeten we die weg opgaan om te voorkomen dat we over een jaar of twintig in het donker of in de kou komen te zitten.

3.5 Uitstoot broeikasgassen van de verschillende energiebronnen

Een energievoorziening op basis van fossiele brand­stoffen is niet duurzaam vanwege de broeikasgassen die bij de verbranding van gas, olie en kolen vrijkomen. Broeikasgassen geven een ongewenste klimaatverandering. Daarom zijn er plannen om het broeikasgas CO2 af te vangen en op te slaan. Maar zon en wind zijn beter voor het klimaat dan afvang en opslag van CO2. Een belangrijke reden daarvoor is dat niet meer dan 90% van de CO2 van een kolen- of gascentrale afgevangen kan worden. Dat staat in een studie van het Instituut voor Klimaatonderzoek in het Duitse Potsdam.[39]

Het is in dit verband van belang onderscheid te maken tussen de directe en de indirecte uitstoot van broeikasgassen. Onder de directe uitstoot verstaan we de gassen die vrijkomen bij de verbranding zelf. Bij de indirecte uitstoot gaat het om de fossiele energie die nodig is voor de bouw van een centrale of een windmolen, voor het transport etc. [40] [41] [42]

Neem als voorbeeld kernenergie. Bij de verbranding van uranium komt geen CO2 vrij. Daarom wordt kernenergie soms CO2-vrij genoemd en zou kernenergie dus een rol moeten krijgen bij de vermindering van het broeikaseffect. Deze redenering treffen we bijvoorbeeld aan in het op 8 oktober 2018 verschenen klimaatrapport van de Verenigde Naties, het zogeheten IPCC-rapport.[43]

Kernenergie is echter niet CO2-vrij. Dit broeikasgas komt vrij bij de winning en bewerking van uraniumerts, bij de bouw van de kerncentrale, het transport van kernbrandstof, de afbraak van de centrale, enzovoort. Bij al deze werkzaamheden zijn machines nodig die benzine of diesel gebruiken en zo CO2-uitstoot veroorzaken. Dit heet de indirecte CO2-uitstoot.

In het IPCC-rapport van 2014 is uitgebreid aandacht gegeven aan deze indirecte uitstoot. Er wordt een uitstoot van CO2 van 4-110 gram CO2 per kilowattuur (kWh)  genoemd, met als gemiddelde 12 gram CO2 per kWh.[44] [45] Het IPCC-rapport van 2018 gaar hier niet verder op in en neemt dit gemiddelde over.  

Voor de onderbouwing werd verwezen naar studies van Lenzen en van Warner en Heath.[46] Lenzen concludeerde dat het gaat om gemiddeld 65 gram CO2 per kWh.[47] Warner en Heath noemden 12-110  gram CO2 per kWh.[48] Daar komt nog bij dat Warner en Heath wezen op de onvolledigheid van rapporten waar ze voor hun studie gebruik van maken.[49] Dat zou eerder wijzen op een hogere uitstoot van CO2. Waar het door de IPCC genoemde getal van 12 gram CO2 per kWh op is gebaseerd, wordt niet navolgbaar uiteengezet.

Nauwkeurig beargumenteerd zijn de volgende twee studies. In een rapport van de energie-analist Jan Willem Storm van Leeuwen dat op 24 oktober 2017 verschenen is, berekent hij 88-146 gram CO2 per kilowattuur (kWh).[50] Een op  9 november 2018 verschenen rapport van WISE noemt 66 gram CO2 per kilowattuur; dit in navolging van een analyse van Benjamin K. Sovacool over 103 rapporten betreffende de indirecte CO2-emissies van kerncentrales.[51] [52] Zie de door mij zo zorgvuldig mogelijk samengestelde tabel 3.5.

Voor meer informatie over bijvoorbeeld de eindigheid van de hoeveelheid uraniumerts, het onoplosbare probleem van het kernafval, de kosten van kernenergie etc. verwijzen we naar het artikel “Kernenergie, kernafval en energie in Nederland en wereldwijd: een overzicht.”[53]

Soms wordt CO2-vrij gelijk gesteld aan schoon. Maar stel dat het zou lukken om alle CO2 van bijvoorbeeld de kolencentrale aan de Eemshaven af te vangen en op te slaan, dan is het de vraag of deze centrale schoon genoemd mag worden. Deze kolencentrale van RWE/ Essent stoot jaarlijks naar schatting zo’n 570 kilogram aan zware metalen uit, waaronder 95 kilo kwik.[54] Is dat schoon?

Tabel 3.5

Totale (directe en indirecte) CO2-uitstoot in gram per kilowattuur[55] [56] [57] [58] [59]                                                              

Brandstof

Uitstoot

Aardgas

 490

Aardgas met afvang CO2

  78

Olie

  740

Steenkool

  820

Steenkool met afvang CO2

  110

Uranium

  65-110

Zon

   48

Wind

   12

 

De reis van het uranium voor Borssele

Het uranium voor de kerncentrale in Borssele wordt in mijnen in Kazachstan gedolven. Ter plekke wordt in een chemische fabriek het bruikbare deel uranium geëxtraheerd. Vanaf daar gaat het per vrachtwagen naar de haven vanwaar het per schip naar Engeland wordt vervoerd om daar per vrachtwagen naar een fabriek te worden gebracht waar het ‘verhext‘ wordt (gasvormig gemaakt). Per vrachtwagen, per schip en vervolgens weer per vrachtwagen gaat het product naar de verrijkingsfabriek van Urenco in Almelo waar het verrijkt wordt. Dan gaat het per vrachtwagen naar de splijtstofstavenfabriek in Duitsland of Frankrijk, vanwaar de splijtstofstaven dan eindelijk per vrachtwagen of trein naar de kerncentrale in Borssele in Zeeland gaan. Als de splijtstofstaven uitgewerkt zijn gaan ze per trein of vrachtwagen naar een opwerkingsfabriek in Frankrijk. Het kernafval, hoog-, middel- en laagradioactief, wordt zowel in Frankrijk als in Nederland ‘tijdelijk’ opgeslagen in bunkers. Uiteindelijk zal al het afval dus ook nog vervoerd moeten worden naar een definitieve bergplaats.[60]

3.6 Milieugevolgen productie en consumptie: de verborgen impact

Naast het energiegebruik zijn ook de gevolgen voor het milieu van belang, zoals Babette Porcelijn heeft beschreven in haar recente boek “De Verborgen Impact”. Dit boek geeft inzicht in onze impact op de planeet, die groter is dan we denken.[61] De Top 10 van de milieubelasting door de gemiddelde Nederlandse consument staat in figuur 3.2 en 3.3.

Deze milieubelasting kost overigens geld. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende in een op 17 november 2017 verschenen rapport dat de jaarlijkse milieuschade als gevolg van productie in Nederland naar schatting zo’n 7 miljard euro bedraagt.[62]

Figuur 3.2

Top 10 milieubelasting gemiddelde NL-consument in milieupunten (Pt)

Bron: CE Delft 2015 voor boek “De Verborgen impact” Babette Porcelijn

Toelichting bij figuur 3.3

Opvallend is dat de aanschaf van spullen en de consumptie van vlees duidelijk een hogere milieu-impact hebben dan de andere categorieën. Belangrijk is om te beseffen dat deze top 10 gebaseerd is op het gemiddelde consumptiepatroon. Een individuele consument kan behoorlijk afwijken van dit gemiddelde.

De categorie Vliegen staat nu op de zesde plaats. Dat is gebaseerd op een gemiddelde vliegafstand van 4.200 kilometer per jaar. Dat is bijvoorbeeld een retourtje van Schiphol naar Porto of Sicilië. Als een consument een twee keer zo lange vlucht maakt, is de milieubelasting meteen twee keer zo hoog. Met een vliegreis naar Nieuw-Zeeland en terug staat de categorie Vliegen op de tweede plaats met een milieubelasting die bijna gelijk is aan die van spullen.[63] De categorie Vlees staat op de tweede plaats. Voor vegetariërs geldt uiteraard dat de bijdrage van deze categorie nihil is en dat de categorieën  Ander eten & drinken en Zuivel & Eieren iets zullen stijgen.[64]

Figuur 3.3

Top 10 milieubelasting gemiddelde NL-consument, mooiere versie

 


[15]  Algemene Energieraad, “Klein vademecum voor de energie 1982”,

https://search.socialhistory.org/Record/996491.

[22] “Burning Our Rivers: The Water Footprint of Electricity” geschreven door Wendy Wilson, Travis Leipzig & Bevan Griffiths-Sattenspiel en uitgegeven door River Network; https://www.rivernetwork.org/resource/burning-our-rivers, april 2012. 

 

[31] https://www.deingenieur.nl/artikel/energieopslag-met-water-kan-in-nederland, 21 september 2018; https://www.uu.nl/agenda/een-blauwe-batterij-voor-groene-energie, 20 september 2018.

De bodem onder Limburg is stevig genoeg om een ondergronds waterreservoir aan te leggen op 1,4 km diepte in een homogene laag hardsteen. Bovengronds wordt dan een klein meer (50 ha) aangelegd als tweede reservoir. Het plan is om het water te laten circuleren tussen die twee reservoirs. Is er energie nodig, dan laat je het water uit het bovengrondse meer via een generator naar de diepte lopen. Is er elektriciteit teveel (bijvoorbeeld als het ´s nachts hard waait), dan pomp je het weer omhoog, terug in het meertje. De bouw van deze energiebuffer kost 1,8 miljard euro en duurt 6 jaar. Een kostenbatenanalyse laat zien dat het plan ook financieel aantrekkelijk is

[43] http://report.ipcc.ch/sr15/pdf/sr15_spm_final.pdf, 8 oktober 2018; volgens dit rapport zijn veel nieuwe kerncentrales  nodig opdat in 2050 zo´n  2,5 keer zoveel elektriciteit uit kerncentrales komt als nu. Zie ook: http://www.world-nuclear-news.org/Articles/UN-report-shows-increased-need-for-nuclear, 8 oktober 2018.

[44] https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/02/ipcc_wg3_ar5_annex-iii.pdf, Schlömer S., T. Bruckner, L. Fulton, E. Hertwich, A. McKinnon, D. Perczyk, J. Roy, R. Schaeffer, R. Sims, P. Smith, and R. Wiser,

2014: Annex III: Technology-specific cost and performance parameters. In: Climate Change 2014: Mitigation of Climate Change. Contribution of Working Group III to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change.

[45] Het gaat hier om de zogehten mediaan. Dat is het middelste getal als je de getallen op volgorde van klein naar groot zet (https://nl.wikipedia.org/wiki/Mediaan_(statistiek)). Waarom de mediaan gebruikt wordt en niet het rekenkundig gemiddelde, wordt niet uitgelegd.  

[49] https://wisenederland.nl/sites/default/files/images/Kernenergie%20en%20CO2%20november%202018.pdf, 9 november 2018: De mijnbouwmethoden worden in meer dan de helft van de studies niet onderzocht.

Meer dan de helft van de studies besteden geen aandacht aan de kwaliteit van het uraniumerts; dit kan van grote invloed zijn op de CO2-uitstoot. Het herstellen van mijnen, dat een groot deel van de CO2-emissies kan veroorzaken, werd in geen enkele studie meegenomen.  De ontmanteling van kerncentrales werd onvolledig meegenomen.  De rekenmethodes  werden meestal niet gedetailleerd genoeg omschreven.

[50] http://www.dont-nuke-the-climate.org/ Jan Willem Storm van Leeuwen, Climate change and nuclear power. An analysis of nuclear greenhouse gas emissions. Commissioned by the World Information Service on Energy (WISE) Amsterdam 24 oktober 2017.

[57] http://www.dont-nuke-the-climate.org/ Jan Willem Storm van Leeuwen, Climate change and nuclear power. An analysis of nuclear greenhouse gas emissions. Commissioned by the World Information Service on Energy (WISE) Amsterdam 24 oktober 2017.