You are here

Energie in Nederland 1950 tot 2018

Hoofdstuk 2 van 'Rekenen op energie, rekenen aan energie'. Herman Damveld, Groningen, februari 2019.
> Naar de overzichtspagina

2.1 Elektriciteit als onderdeel energiegebruik
2.2 Zon en wind goed voor 1,4% energiegebruik
2.3 Nederlands gasgebruik en besparing
2.4 Warmtepomp als stap naar een energieneutraal huis
2.5 Elektriciteitscentrales in Nederland
2.6 Sterk gestegen energiegebruik
2.7 Kernenergie in Nederland

2.1 Elektriciteit als onderdeel energiegebruik

We gebruiken energie in allerlei vormen. Aardgas verwarmt ons huis. Een auto rijdt op benzine of diesel die beiden van olie gemaakt zijn. Onze huishoudelijke apparaten hebben elektriciteit nodig. Elektriciteit wordt gemaakt uit verschillende bronnen (figuur 2.1). Uit gegevens van onder meer het CBS volgt dat elektriciteit 25-34% is van het totale energiegebruik. Die uitkomst hangt af van de gebruikte rekenmethode.[1] [2] [3] [4] [5]

Het primaire energiegebruik is het gebruik zonder omzettingsverliezen. Het rendement van de beste Nederlandse elektriciteitscentrales is zo’n 60%: van de 100% primaire energie wordt 60% omgezet in elektriciteit en 40% via het koelwater geloosd.[6] 

Figuur 2.1

Bron: CBS, 28 juni 2016.

2.2 Zon en wind goed voor 1,4% energiegebruik

In 2016 was 5,9% van het energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare bronnen en in 2017 was dit gestegen naar 6,6% (figuur 2.2). De meeste hernieuwbare energie, namelijk zo´n 62%, kwam in die jaren uit biomassa en 26% uit windenergie. De bijdrage van andere bronnen als bodemenergie en warmte uit de buitenlucht (6%), zonne-energie (5,7%) en waterkracht (0,3%) was beperkt.

Het verbruik van zonne-energie (elektriciteit en warmte) groeide in 2017 naar 9 petajoule (PJ). De opgestelde capaciteit van zonnepanelen voor zonnestroom steeg met een recordhoeveelheid van 852 megawatt (MW) naar totaal bijna 3000 MW. Er liggen zo’n 12 miljoen zonnepanelen op de Nederlandse daken. Deze zorgden voor 0,3% van de totale energieproductie.[7] [8] [9] [10] [11] [12]

De energie uit wind nam tegelijkertijd met 15% toe tot 35 PJ.[13] Vooral door het plaatsen van 600 MW aan windmolens op zee in de tweede helft van 2016 kon de productie flink toenemen; die windmolens draaiden in 2017 een vol jaar mee. In 2017 werden nauwelijks nieuwe windmolens bij geplaatst en bleef de totale windcapaciteit op 4200 MW. Er waren op 1 januari 2019 in totaal 2315 windmolens in bedrijf, waarvan 289 op de Noordzee met een vermogen van 4310 MW (zie tabel 2.1).[14]

Windenergie zorgde in 2017 voor 35 PJ, dat is 1,1% van het  totale Nederlandse energiegebruik van 3150 PJ in 2017.[15] Daarmee leverden zon en wind samen 1,4% van het totale Nederlandse energiegebruik.[16] [17]

Tabel 2.1

Windenergie in Nederland op 1 januari 2019

 

Totaal

Op zee

Op land

Aantal windmolens

2.315

289

2.026

Opgesteld vermogen (MW)

4.310

957

3.353

Gemiddeld vermogen molen (MW)

1,9

3,3

1,7

Volgens een andere berekeningswijze leverden in 2017 wind op land 1,08%, wind op zee 0,57% en zonnepanelen 0,37% van het totale energiegebruik.[18] Samen is dat 2%. Of het nu 1,4% of 2% is, duidelijk is dat zon en wind nu maar een klein deel van het energiegebruik verzorgen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving schreef op 6 september 2018 dat de kosten van zonnestroom tussen 2008 en 2013 met een factor 3 omlaag zijn gegaan en in de 5 jaar daarna nog gestaag met 25 procent zijn gedaald. De kosten voor elektriciteit uit wind op zee zijn alleen al tussen 2016 en 2017 met een kwart omlaag gegaan.[19]

Figuur 2.2

.Bron: CBS, 30 mei 2018.

2.3. Nederlands gasgebruik en besparing[20]

Het aardgasgebruik in Nederland hangt vooral af van de gemiddelde temperatuur in een jaar. Het gebruik van 1995-2014 staat in figuur 2.3.

Het jaarlijkse gebruik van het zogeheten laagcalorische Groningse gas in Nederland hangt vooral af van de temperatuur, of het een koude of warme winter is. Volgens rapporten over de jaren 2015 en 2017 van Milieudefensie resp. het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement ging het om 20-23 miljard kubieke meter (m3) per jaar: 10-11 miljard m3 voor huishoudens, met name voor verwarming; 4,5-5 miljard m3 voor verwarming van kantoren, instellingen en winkels; 5,5-7 miljard m3 wordt gebruikt door bedrijven.[21] [22] Gasunie Transport Services heeft op 17 januari 2018 in een technische briefing voor leden van de Tweede Kamer de Nederlandse vraag naar laagcalorisch gas uiteengezet: in een koud jaar gaat het om 27 miljard m3 en in een warm jaar om 21 miljard m3; gemiddeld is dat 24 miljard m3.[23]    

Naast het laagcalorische Groningse gas gebruikt Nederland in een gemiddeld jaar 11 miljard m3 hoogcalorisch gas uit kleine velden in Nederland en uit Noorwegen en Rusland.[24] Dit gas gaat naar elektriciteitscentrales en de industrie.   

Volgens Milieudefensie kan veel gas bespaard worden in huizen, kantoren en kassen.[25] [26]

Figuur 2.4 geeft aan welke mogelijkheden er zijn om minder gas te gebruiken in huishoudens.

Nederland telt 7,86 miljoen huishoudens.[27] Stel dat in 2050 - over 31 jaar - alle huishoudens van het gas af zijn. We kunnen uitrekenen dat vanaf nu 5000 huishoudens per week of 1000 huishoudens per dag van het gas af moeten.

Figuur 2.3

Bron: aardgas-in-nederland.nl

Figuur 2.4

Energie besparen in huishoudens

 

Bron: paddepoelenergiek.nl, mei 2016.

2.4 Warmtepomp als stap naar een energieneutraal huis[28] [29]

Energieneutrale woningen staan in de belangstelling. Daarbij gaat het om zonnepanelen die de elektriciteit opwekken voor de warmtepomp en alle andere elektrische apparaten. Aansluiting op het elektriciteitsnet blijft echter nodig omdat de elektriciteit vaak wordt gebruikt als het donker is. Wel wordt over het hele jaar genomen net zoveel elektriciteit opgewekt als men gebruikt. Een elektriciteitscentrale op bijvoorbeeld aardgas blijft noodzakelijk zolang de overtollig opgewekte elektriciteit in de zomer niet wordt opgeslagen voor gebruik in de winter.

Een warmtepomp is als het ware een omgekeerde koelkast. Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht. Via een zogeheten warmtewisselaar wordt die warmte afgegeven aan water en verhoogd tot zo’n 35 graden. Als het buiten koud is vraagt dit meer elektriciteit dan als het bijvoorbeeld 16 graden is.

Een cv-ketel levert water van zo’n 70 graden. Bij een warmtepomp gaat het om zo’n 35 graden. Daarvoor zijn de nu meestal gebruikte radiatoren ongeschikt, die moeten eruit. Er zijn dan twee mogelijkheden: vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren.

Voor warm water om te douchen is een elektrische boiler nodig die water van 60 graden levert. In Nederland koken de meeste mensen op aardgas, maar het gas gaat verdwijnen en het alternatief is een inductiekookplaat op elektriciteit.

Zonnepanelen op het dak wekken alle elektriciteit op voor zowel de warmtepomp, de verlichting als alle overige elektrische apparaten. Bij een omgebouwd voormalig postkantoor in het Groningse Ten Post komen 46 zonnepanelen op het dak die jaarlijks 11.000 kWh leveren. Bij 40 zogeheten 0-op-de-meter-woningen in de stad Groningen wekken zonnepanelen 7000 kWh per huis op: 4300 kWh voor de warmtepomp en 2700 kWh voor huishoudelijk verbruik zoals de koelkast en de tv.

2.5 Elektriciteit in Nederland

De Nederlandse elektriciteitscentrales hadden begin 2018 een opgesteld productievermogen van 21.600 Megawatt (MW). Daarvan is 4600 MW kolencentrales, 15.300 MW gascentrales, 700 MW afvalverbranding, 500 MW biomassa en bijna 500 MW de kerncentrale Borssele. Ook was er 4.700 MW windenergie en 3.000 MW zonne-energie in bedrijf. Daarnaast is 3200 MW gascentrales geconserveerd, dus op dat moment niet in bedrijf. Het totaal komt op 32.500 MW (zie tabel 2.2).[30] [31] [32] 

Tabel 2.2

Elektriciteitsproductie Nederland

Opgesteld vermogen (MW)

2015

2016

2017

2018

Kernenergie

    500

    500

   500

   500

Kolen

  7300

  5700

  5700

 4600

Gas (operationeel)

15900

15500

15800

15300

Gas (geconserveerd)

  4400

  4600

 3700

  3200

Afvalverbranding

    700

    700

   700

   700

Biomassa/biogas

    400

    500

   500

   500

Wind op land

   2600

   3100

 3200

  3700

Wind op zee

     200

     400

 1000

  1000

Waterkracht

          0

         0

       0

        0

Zon-PV

   1000

   1500

 2000

  3000

Totaal

 33.100

 32.400

33.200

32.500

Bron: Tennet, p 49 met getal voor zon 2018 400 MW hoger.

Een jaar kent 8760 uren. De wind waait een deel van die uren en soms ook maar een beetje. Een windmolen draait soms op vol vermogen, dan weer op een deel daarvan. De productie per jaar wordt omgerekend naar het aantal uren dat de windmolen op vol vermogen zou draaien. De term daarvoor is “vollast-uur”. We gaan ervan uit dat windturbines op land een  gemiddelde bedrijfstijd van 1750 vollast-uren per jaar realiseren en op zee gemiddeld 3500 vollast-uren per jaar, terwijl bij zonnepanelen een gemiddelde bedrijfstijd van 800 vollast-uren per jaar wordt verondersteld.[33] Vooral door hogere windmolens stijgt de gemiddelde bedrijfstijd langzaam naar 2100 uren voor wind op land en 4000 uren voor wind op zee (zie figuur 2.5). Voor zonnepanelen was de benutting in 2018 uitzonderlijk goed door het zonnige weer en de toename van het aantal zonneweiden waar de panelen optimaal zijn opgesteld (zie figuur 2.6).

Kolen- en gascentrales kunnen in beginsel 7000 tot 7500 uur per jaar draaien.[34] Of de centrales veel uren maken hing de afgelopen jaren vooral af van de prijs van gas of van kolen. Zo kunnen we met gegevens van het CBS uitrekenen dat kolencentrales in 2015 gemiddeld 5300 uur hebben gedraaid en gascentrales 2900 uur (zie tabel 2.3).[35]

Tabel 2.3

Bedrijfsuren centrales, gerealiseerd in 2015

Kolen

5300

Aardgas

2900

Wind op land

1750

Wind op zee

3500

Zonnepanelen

  800

Figuur 2.5

Bron: https://twitter.com/BM_Visser, 27 november 2018

 

Figuur 2.6

Bron: https://twitter.com/BM_Visser, 24 november 2018.

2.6 Sterk gestegen energiegebruik

 Het elektriciteitsgebruik is nu 16 keer hoger dan in 1950 (figuur 2.7).[36] In 2013 was het elektriciteitsgebruik 119 miljard kWh en dat is sindsdien vrij stabiel rond de 120 miljard kWh.[37]

Figuur 2.7

Elektriciteitsgebruik in Nederland 1950-2013 in miljard kWh

Bron: CBS, 9 februari 2015.

Het totale energiegebruik is 5,2 keer hoger dan in 1950 (tabel 2.4).[38] Het energiegebruik vanaf 1970 staat in figuur 2.8 en vanaf 1990 in figuur 2.9. Het energiegebruik van Nederland in 1980 en in 2017 in percentages per energiebron staat in tabel 2.5.

Tabel 2.4

Energiegebruik Nederland 1950-2017 in petajoule (PJ)[39] [40] [41] [42] [43]

Jaar

Energiegebruik

Bron

1950

 582

statline.cbs.nl/Statweb/

1960

 920

statline.cbs.nl/Statweb/

1970

2016

statline.cbs.nl/Statweb/

1980

2723

statline.cbs.nl/Statweb/

1990

2843

statline.cbs.nl/Statweb/

2015

3144

regering 2016

2017

3150

CBS

Figuur 2.8

Energiegebruik Nederland 1970-2017 in petajoule

Bron: CBS

Figuur 2.9

Energiegebruik Nederland 1990-2017 in petajoule

Bron: CBS, 19 april 2018.

Tabel 2.5

 Energiegebruik Nederland in 1980 en in 2017; percentages per bron[44] [45]

jaar

1980

2017

aardgas

46,4

41

olie

46,5

40

kolen

  5,7

12

kernenergie

  1,4

 1

zon en wind

  0

 1,4

biomassa

  0

 4,6

2.7 Kernenergie in Nederland

De kerncentrale Dodewaard in de provincie Gelderland met een elektrisch vermogen van 54 Megawatt (MW) kwam in maart 1969 in bedrijf.[46] De kerncentrale Borssele (bijna 500 MW) volgde in oktober 1973.[47] [48] Deze kerncentrales mochten in bedrijf komen zonder dat er een eindoplossing was voor het radioactieve afval.

Destijds waren er omvangrijke bouwplannen. Op 30 maart 1972 verscheen de Nota inzake het kernenergiebeleid van de toenmalige minister van Economische Zaken, Langman.[49] Volgens dit regeringsbeleid zou in het jaar 2000 een groot aantal kerncentrales in bedrijf zijn met een vermogen van in totaal 35.000 MW. In 1974 verscheen de Energienota van de minister van Economische Zaken, Lubbers. Hij vond dat er 8000 MW kernvermogen moest komen, maar vanwege de maatschappelijke weerstand schroefde hij dat terug tot 3000 MW; de kerncentrales zouden rond 1985 in bedrijf moeten komen. Dit noemde Lubbers de gematigde uitbouw van kernenergie, passend bij het streven om "de noodzakelijke politieke vertrouwensbasis te vergroten."[50] [51]

De bouwplannen zijn niet gerealiseerd. De kerncentrale Dodewaard ging in 1997 dicht.[52] In maart 2013 besloot de vorige regering (VVD/PvdA) dat de kerncentrale Borssele tot en met 2033 in bedrijf mocht blijven.[53] Minister Wiebes van EZK schreef op 25 januari in antwoord op Kamervragen: “dat marktpartijen die aan alle randvoorwaarden voldoen, zoals nucleaire veiligheid en voldoende financiële reservering voor ontmanteling en verwerking van afval, in aanmerking kunnen komen voor een vergunning voor de bouw van een kerncentrale (…). Van die mogelijkheid is in de afgelopen decennia echter geen gebruik gemaakt. De huidige marktomstandigheden in relatie tot het investeringsklimaat zijn hiervoor de voornaamste reden.[54]

De kerncentrale Borssele zorgt voor 1% van het Nederlandse energiegebruik (tabel 2.5).


[4] http://www.energiefeiten.nl/#Eenheden en omrekenfactoren voor energie. 

[5] CBS, e-mail aan Herman Damveld, wo 8-3-2017 15:09.

[14] https://windstats.nl/statistieken/; e-mail Steven Velthuijsen van windstats aan Herman Damveld van 21 januari 2019 om 10.23 uur.

[31] Email Jeroen Brouwers, Manager Media Relations van Tennet aan Herman Damveld, ma 6-3-2017 15:13; hierbij is al rekening gehouden met het stilleggen van kolencentrales per 1 juli 2017; naar verwachting sluit dit jaar nog 900 MW aan gascentrales, terwijl er ook windparken in bedrijf komen.    

[44]  Algemene Energieraad, “Klein vademecum voor de energie 1982”,

https://search.socialhistory.org/Record/996491.

[50]. Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13122, nr. 2, p 130.