You are here

Recensie: Jeroen Meulman – Een nucleaire Titanic

Submitted by WISE on Fri, 17/02/2017 - 12:50

Een kernramp? Bij ons in Nederland of vlakbij in België, waar alles zo ontzettend goed geregeld is…?

In Nederland wordt er meestal in economische termen nagedacht over kernenergie. Politiek Den Haag is bezorgd over het dreigende faillissement van het Zeeuwse energiebedrijf Delta, eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Moet de staat straks opdraaien voor de ontmanteling van de radioactieve massa beton en staal? Dáár liggen de bestuurders misschien van wakker.

De centrale van Doel met haar vier kernreactoren ligt net over de grens in het havengebied van Antwerpen. In 2014 liet iemand er met opzet 65.000 liter olie weglopen waardoor de turbines zware schade opliepen. De centrale werd stilgelegd voor reparaties, met een prijskaartje van 30 miljoen euro. De Belgische coördinator terrorismebestrijding startte in de grootst mogelijke discretie een onderzoek op. De onderzoekers vermoedden een terreurdaad.

Meulman gaat in zijn fact-fiction roman “Een nucleaire Titanic” slechts één stapje verder: een groep terroristen dringt de controlekamer van de kerncentrale Doel binnen, vermoordt een groot deel van het personeel en veroorzaakt een kernsmelting in één van de reactoren. Op dat punt zit je als lezer helemaal klaar voor een doemscenario zoals we het onlangs ook in de immens populaire TV-serie “Als de dijken breken” voorgeschoteld kregen: vluchtende mensen, chaos op de snelwegen, overstromingen, dood en verderf in Antwerpen, Bergen op Zoom en Rotterdam.

Meulman kiest voor een ander verhaal. De radioactieve straling verspreidt zich geluidloos, geurloos, onzichtbaar. Margreet is net te laat, haar dochter Manon staat nog in de tuin als de radioactieve golf als een schaduw door de nacht kruipt. Het gezin trekt zich terug in het huis en wacht op hulp. En de Nederlandse hulpdiensten functioneren: een paar dagen later komt een bus voorgereden, gasmaskers en pakken worden uitgedeeld en het gezin wordt naar een opvangkamp in Nijmegen overgebracht. Maar op dat moment heeft de radioactieve straling hun leven al voorgoed veranderd. Manon sterft zeven jaar later aan leukemie.

In 2026 maken de hoofdpersonen, in beschermden pakken, zittend in een luchtdicht afgesloten bus een excursie naar hun oude streek. Ze passeren het hek naar de radioactieve zone en rijden door spookachtige verlaten steden waar tussen vervallen huizen her en der al de eerste struiken uit het asfalt groeien. De associaties met fotoreportages uit Fukushima en Chernobyl dringen zich onvermijdelijk op. Zo zou het dus kunnen gaan als een vergelijkbare ramp bij ons zou gebeuren. “Het besluit om Antwerpen en Roosendaal als verloren te beschouwen is na een lang onderzoek en onder protest van de bevolking toch definitief gemaakt. De Nederlandse en Belgische economie ligt nog steeds op haar gat. Melk- en landbouwproducten worden bijna niet meer verkocht. Op verschillende plaatsen rondom Turnhout en Breda worden nog steeds hotspots gevonden. Op deze plekken wordt de bovenste laag grond weggeschraapt en voor hele lange tijd in big bags opgeslagen op een immens depotwaar verder niemand bij kan. Voor hoe lang precies, dat weet niemand.”

Meulman’s spannend geschreven roman laat je niet weg zwijmelen in een aangenaam griezelige post-apocalyptisch fictie. Van heel dichtbij laat hij zien hoe het leven van de gezinnen uit het rampgebied overhoop wordt gehaald terwijl ze worstelen met het onvatbare radioactieve gevaar. Het klinkt allemaal heel erg realistisch.

(Markus Schmid, 17-02-2017)