You are here

Het stroometiket

Sinds 2005 zijn energiebedrijven wettelijk verplicht om te berichten welke methoden ze gebruiken voor de opwekking van de elektriciteit die ze aan hun eindafnemers leveren. De informatie is gestandaardiseerd en verschijnt in de vorm van het stroometiket.

Op het stroometiket moet dus duidelijk te zien zijn hoeveel procent van de stroom uit aardgas, kolen, kernenergie of hernieuwbare bronnen (bijv. windenergie en energie uit biobrandstof) afkomstig is. Daarnaast zie je op het stroometiket ook hoeveel CO2 per KWh de energieleverancier uitstoot en hoeveel kernafval per KWh een energiebedrijf produceert. Het stroometiket verschijnt ieder jaar vóór 1 mei en geeft de situatie van het voorafgaande jaar weer. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) controleert of de stroometiketten correct en op tijd worden aangeleverd. WISE houdt al sinds 2006 de stroometiketten bij.

Voorbeeld stroometiket

Hieronder het stroom etiket van Nuon (2014) zoals het op de website van het bedrijf te zien was. Stroometiketten zijn soms wat verwarrend. In het voorbeeld hieronder staan de groene stroom producten vooraan. Maar deze maken slechts een klein deel uit van de totale hoeveelheid stroom die Nuon verkoopt. Wat werkelijk telt zijn de cijfers onder Nuon Groep.

 

Hoe wordt het stroometiket samengesteld?

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) inventariseert jaarlijks hoeveel (en met welke brandstoffen) elektriciteit er in Nederland wordt geproduceerd. Dit wordt ook wel de ‘achtergrondetikettering’ genoemd. Energiebedrijven mogen de achtergrondberekeningen combineren met hun eigen data. ACM en brancheorganisatie EnergieNederland stellen hiervoor een rekensjabloon ter beschikking die de bedrijven moeten invullen. Daar rollen dan uiteindelijk de cijfers voor het ‘eigen’ stroometiket uit.

Hoe werkt de rekensjabloon?

De berekening valt uiteen in twee delen, één voor de handelsen één voor de leverancierstak van het energiebedrijf. Voor de handelstak wordt de mix bepaald op basis van de inkoop van elektriciteit, bijvoorbeeld via de stroombeurs en via import uit het buitenland. Voor de leveringstak wordt de mix bepaald op basis van de verkoop van “grijze” stroom, verrekend volgens de eerder berekende mix van de handelstak, en de verkoop van “groene” stroom, verrekend op basis van de gecertificeerde Nederlandse productie plus geïmporteerde GvO’s minus geëxporteerde GvO’s. Op de achtergrond spelen uiteindelijk ook eigendomsgegevens van energiecentrales een rol. Dit roept vragen op. WISE pleit er daarom voor om ook het grijze deel transparant te maken door GvO’s in te zetten.

Meer info over het stroometiket

In mei 2015 publiceerde WISE het rapport 'Tien jaar stroometiketten - Overstappen? Ik zou het wel weten...'. Daarin leggen we uit hoe het stroometiket werkt, welke discussies er rond de systematiek achter het stroometiket spelen en signaleren we opvallende actuele trends.